Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 octavo-bladzijden bestaande boekje zegt Dr. Burger in: De Amsterdamsche boekdrukkers en uitgevers in de zestiende eeuw" Dl. IV, p. 255: „Moeten we de woorden van den titel letterlijk opvatten, dan zou het boekje als Hebreeuwsche druk te Amsterdam in zoo vroegen tijd een zeer groote merkwaardigheid zijn. Daar we echter weten, dat Heyns te Amsterdam geen drukkerij had, maar zijn uitgaven bij anderen liet drukken, ligt het vermoeden voor de hand, dat we hier met een product van de Plantijnsche pers te Leiden te doen hebben".

Eerst door de Joodsche ballingen, die op dezen gastvrijen bodem een veilige toevlucht gevonden hadden, zouden de Hebreeuwsche drukkerijen in ons land, en wel voornamelijk in Amsterdam, tot grooten bloei geraken.

In 1597 wordt te Amsterdam de eerste Synagoge op Nederlandschen bodem onder den imam Beth Jacob ingewijd. Uit het oudste document, aanwezig in het archief van het Port. Isr. Seminarium Ets Haïm 1), vernemen wij, dat de gemeente Beth Jacob zich sedert hare stichting ook tot taak gesteld had het onderwijs voor de jeugd en de Thorastudie te bevorderen.

Door den grooten toevloed van ballingen uit het Iberische schiereiland uit Italië en het eiland Madera, is de Synagoge Beth Jacob al heel spoedig te klein. In 1608 wordt een tweede Synagoge gebouwd met den naam „Newé Sjalom". het spreekt bijna vanzelf, dat ook de bestuurderen van Newé Sjalom voor de bevordering van het onderwijs en de Thorastudie hadden zorg te dragen.

In 1616 nam de vereeniging Talmud Tora de zorg voor het onderwijs der beide gemeenten voor hare rekening. Het eerste reglement werd nog in Mei 1616 vastgesteld en door een 150-tal leden onderteekend. Hieronder treffen we aan: Urie ha Levie, Joseph Pardo, Menasseh ben Israël, Jacob Juda Leao [Templo]. (Vgl.: het hieronder geciteerde gedenkboek p.p. 16—20).

In dit reglement werd onder meer ook bepaald, dat de gelden van het genootschap zouden mogen aangewend worden: voor de salarieering der leeraren, voor toelagen aan de studenten, voor de leermiddelen en tevens voor het aankoopen van gebedenboeken en gebedsriemen. Iedere leeraar had voor zijn klas de beschikking over een kast met boeken. Binnen een tijdperk van 5 jaren had de vereeniging het onderwijs der lagere middel-

1) Paraira en da Silva Rosa, Gedenkschrift ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan der onderwijsinrichtingen Talmud Tora en Ets Haim. Amst. 1916. 4°. pag. 13.

10

Sluiten