Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kon dus lid worden van de nieuwe A. P., die van den aanvang af aangesloten was bij dien Kring. De verslaggevers konden in de nieuwe vereeniging voldoenden invloed uitoefenen, meenden de voorstanders. Daartegenover plaatste de heer Helmer, namens de minderheid als zijne meening, dat, waar de Kring nooit veel in het belang van zijne leden had uitgevoerd, eerst moest worden afgewacht of eene afdeeling van dién kring wat zou doen. En de heer Vierhout gaf als zijn meening te kennen, dat, waar de nieuwe A. P. zich den naam der bestaande had „toegeëigend", zonder met haar eenig overleg te plegen over de vraag of de oude vereeniging in eene algemeene journalisten-organisatie was om te zetten, weinig verwacht kon worden van de behartiging der persbelangen door haar. Ook wees hij er weer op, dat verslaggeversbelangen door niet-verslaggevers zelden zonder mistasten worden behartigd. In de nieuwe vereeniging zou dus in elk geval eene speciale commissie voor die belangen ingesteld moeten worden. De heer Zoethout deelde daarop mede, dat het voorloopig bestuur der nieuwe A. P. reeds had voorgesteld het bestuur met twee leden uit te breiden, o. a. teneinde er meer verslaggevers in te kunnen opnemen. Bij stemming werden echter beide voorstellen, dat van de meerderheid en dat van de minderheid, verworpen. Op Maandag 3 December 1900 kwam het voorstel tot

10

Sluiten