Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze quaestie in te gaan, maar als belangrijk feit uit het leven onzer Vereeniging mag zij niet onvermeld blijven, omdat er uit blijkt, dat de A. P. zich ook voor de economische positie van haar leden op de bres stelde. Dit blijkt mede hieruit, dat een onderzoek werd ingesteld naar het al- of niet- toekennen van een duurtetoeslag door de directies der dagbladen voor de leden hunner redacties.

1917 was weder niet motie-loos en dus niet emotie-loos, zooals de secretaris, de heer Schotel, het uitdrukte. Het bestuur trad, op één lid na, „en bloc" af, wegens de aanneming eener motie van afkeuring, in verband met het feit, dat het bestuur te voren op de agenda bekend had gemaakt, te zullen aftreden bij eventueele aanneming eener motie van enkele leden in zake de veroordeeling van den heer J. C. Schröder. Een oplossing werd gevonden in dien zin, dat een nieuw bestuur werd gevormd, waarin de verschillende stroomingen vertegenwoordigd waren. De „Telegraaf"-zaak (nu aangeduid als de zaak Goedemans-Coucke) werd voortgezet, en andermaal verrees de sociëteits-quaestie als een phenix uit zijn assche. Het bestuur stelde eene enquête in naar de gezindheid der leden ten aanzien van sociëteits-avonden. De meerderheid was er onvoorwaardelijk voor, en hierin vond het bestuur aanleiding eene commissie uit zijn midden te benoemen, welke met eenige gewone leden werd uitgebreid.

29

Sluiten