Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE THEORIE DER AANVAARDING „REBUS IPSIS. ET FACTIS".

13

van de zijde der kérk. De Hooge Raad heeft dus onder het gebouw van het Herv. kerkgenootschap een anderen rechtsgrondslag willen schuiven dan het Kon. Besluit van 7 Jan. 1816. Zij die sindsdien de wettigheid der synodale organisatie aannemen, doen dit op dezen grond: de aanvaarding van die organisatie door de gemeenten. Ik neem, gelijk boven gezegd werd, uit practische overwegingen, in dit advies nu maar aan dat deze beschouwing juist is l). Maar dan volgt daaruit eene belangrijke consequentie, welke door de Synode zelve getrokken is in het jaar 1846 Zij had destijds aan de Alg. Synodale Commissie opgedragen advies uit te brengen over eene herziening van de kerkelijke reglementen. Naar aanleiding van deze opdracht maakte de Commissie de volgende opmerking, waarmede de Synode zich vereenigde: „Tot de „wijze van herziening in het algemeen behoort eene andere „consideratie, die van niet minder belang schijnt: de Synode „herzie dit Algemeen Reglement door de noodige alteratiën „in bepaalde artikelen vast te stellen, maar hoede zich „zorgvuldig een nieuw Algemeen Reglement te ontwerpen. „Door dit laatste zou zij de belangen onzer Hervormde „Kerk geheel verwaarloozen en onzes inziens zou zij zich ,,over dien misgreep te laat beklagen. Immers het Alge„meen Reglement staats geenszins gelijk met de overige „synodale reglementen. Deze kunnen geheel en al vernieuwd worden, het eerste niet zonder hoogere belangen „in de waagschaal te stellen. Onze Hervormde Kerk dag„teekent niet van 1816, evenmin van 1618, maar van de „Hervorming en hare vestiging. Doch onze tegenwoordige „kerkvorm is in 1816 in het leven geroepen. Een nieuw „reglement zou dien vernietigen en een nieuwen kerkvorm „doen geboren worden. En wij behoeven niet te herinneren,

1) Inderdaad schijnt die aanvaarding mij eene fictie en dus geen deugdelijke rechtsgrondslag voor de organisatie der Kerk.

Sluiten