Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEGRENZING DER SYNODALE MACHT.

15

„waarop zij, ook in rechten als verbindende „zo uden kunnen worden beschouwd, zooals „vermoedelijk al spoedig bij de behandeling „der eerste questie, welke voor den rechter „m ocht worden gebracht, zou worden uit„gemaak t."

Hetzelfde wordt ook nog eens uitdrukkelijk gezegd in het Koninklijk Besluit van 23 Maart 1852, waarbij de Koning het Alg. Reglement bekrachtigde: „Overwegende „dat het ter bekrachtiging aangeboden reglement, overeenkomstig het beginsel door de Synode tot grondslag van „het herzieningswerk gelegd, beschouwd moet worden als „eene ontwikkeling van het bestaande algemeene regle„ment, in de richting der aan de kerk toekomende zelfstandigheid .... hebben goedgevonden en verstaan, het „algemeen reglement voor de Nederlandsche Hervormde „kerk.... te bekrachtigen .... met dien verstande:

„1° dat, in verband tot de in het reglement voorkomende bepalingen omtrent de magt, bevoegdheid of „roeping der synode en synodale commissie of van collegiën „van kerkelijk bestuur, onze bekrachtiging niet zal kannen „worden opgevat als eene erkenning van het regt des „kerkbestuurs tot eenige uitbreiding van gezag of bevoegd" „heid, welke niet zou kunnen worden overeengebracht met „het beginsel tot grondslag van het herzieningswerk gelegd;

„2° dat bij name het vaststellen van bepalingen omtrent „de administratie der bijzondere kerk —, pastorij —, „kosterij — en andere gemeentefondsen en goederen niet „kan geacht worden daardoor als eene bevoegdheid der „Synode te zijn erkend."

Leggen wij nu hiernaast tenslotte nog een paar uitspraken van den reeds genoemden minister Nedermeyer van Rosenthal (die ook het aangehaalde Kon. Besluit als verantwoordelijk minister mede onderteekende) uit zijn rapport van Jan. 1852:

Sluiten