Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KAS DER PREDIKANTSTRAKTEMENTEN.

21

hier af te hangen van zijn durf. Typeerend zijn de woorden van den secretaris der Synode (Handel. 1916 bl. 404): ,,l£n nu is dit voorstel wel iets nieuws, iets dal „men misschien een wat scherpen maatregel kan noemen. „Maar de Synode moet in dezen noodstand eindelijk eens „iets aandurven in het belang van de predikanten, „van heel den predikantenstand, van de gemeenten en de „Kerk." Jammer dat, als men eenmaal begonnen is zich te stellen buiten en boven het recht, het machtsmisbruik steeds grootere afmetingen aanneemt. Dat leert het reglement op de predikantstraktementen, waarbij vergeleken de „scherpe maatregel" van 1917 slechts eene futiliteit is.

Deze „scherpe maatregel" (vaststelling van een minimumtraktement van /1500.—) is intusschen niet doorgevoerd. Want in 1918 „durfde" de Synode weer niet en besloot de in 1917 voorloopig aangenomen bepaling niet definitief vast te stellen (12 tegen 7 stemmen!), zulks nadat Prof Aalders e.a. het voorstel weer bestreden hadden.

In 1920 heeft de Synode, gelijk bekend is, zonder zich verder om de vraag van hare bevoegdheid te bekommeren, eene uitvoerige regeling van de minimum-traktementen vastgesteld.

Hiermede heeft zij zich aangematigd een recht dat enkel en alleen toekomt aan de gemeenten en door deze sinds 't jaar 1798 onafgebroken en onbetwist was uitgeoefend. Zullen zij zich „nedervleien onder dit aangematigd gezag?"

b. De instelling van de kas der predikantstraktementen. Deze kas wordt volgens artikel 8 van het reglement op de predikantstraktementen gevormd door:

a. bijdragen van de gemeenten,

b. andere middelen.

Waarin deze andere middelen bestaan, wordt niet gezegd. Practisch zullen de inkomsten van de kas dan ook wel alleen van de gemeenten moeten komen. Volgens artikel 9

Sluiten