Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAAROM IS DE SYNODE ONBEVOEGD?

25

„wijzen voor dezen maatregel?) acht ik niet van groot „gewicht. Welke rechtsgrond is er voor tal van maatregelen „die de overheid neemt en waaraan wij ons in het alge„meen belang onderwerpen?" (Handel. Syn. 1920, bl. 54).

Deze uitspraak is merkwaardig uit velerlei oogpunt:

1° om de eigenaardige opvatting van de verhouding van Overheid en recht, waarvan men de verdediging eerder zou verwachten in een revolutionair comité dan in eene kerkelijke vergadering.

2° om de gelijkstelling van de Synode met de Overheid;

3° omdat klaarblijkelijk ook de secretaris geen rechtsgrond voor het reglement op de predikantstraktementen wist aan te wijzen.

Van synodale zijde heeft men dus zelfs niet getracht een rechtsgrond aan te wijzen, waarop de heffing van bijdragen voor de kas der predikantstraktementen zou kunnen steunen. Daarin ligt, gelijk ik opmerkte, de erkenning opgesloten dat zoodanige rechtsgrond niet bestaat. Hiermede zou ik mij ontslagen kunnen achten van den plicht nog langer stil te staan bij de vraag, of de Synode het recht heeft de bedoelde bijdragen van Uwe gemeente te eischen. Immers wie van U eischt dat Gij een deel zult afstaan van het Uwe, zal den rechtstitel moeten 'toonen krachtens welken hij meent in Uw eigendomsrecht te kunnen ingrijpen. Niettemin wil ik nog met een enkel woord aangeven, waarom de Synode het recht mist aan de gemeenten geldelijke lasten op te leggen. Zij mist dit recht omdat het niet behoort tot den kring van bevoegdheden, die in 1816 aan haar zijn opgedragen en, naar de gangbare voorstelling, door de stilzwijgende goedkeuring van de zijde der gemeenten zouden zijn bekrachtigd. Die bevoegdheden betroffen uitsluitend het bestuur, de zorg voor de geestelijke belangen, niet het b e h e e r, de zorg voor de stoffelijke belangen. Het zou mij te ver voeren dit hier in den

Sluiten