Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PRACT. BETEEKEN1S V. H. ONTBREKEN V. EEN RECHTSGROND.

27

bijdrage van ƒ4000. Voldoe aan dezen eisch, en Gij ziet tegelijk eigendom en beheer van Uw geld in andere handen overgaan.

Zeker, tot dusver eischt de Synode slechts een deel van wat der gemeente toebehoort en laat haar een ander deel in eigendom en beheer over. Maar vergeet niet dat dit, van het standpunt der Synode beschouwd, eene gunst beteekent, welke dus ieder oogenblik kan worden ingekort of zelfs opgeheven. Zij volgt immers den stelregel dat het enkel en alleen aan haar of haren lasthebber en niet aan U staat, te bepalen hoeveel Gij van Uwe inkomsten zult afstaan en hoeveel Gij voor U zelf kunt behouden. Zij eischt nu van Uwe gemeente eene bijdrage van ƒ4000. Indien zij waarlijk dit bedrag kan eischen, dan kan zij ook het dubbele, dan kan zij alles vorderen. In beginsel hebt Gij dan nu reeds de vrije beschikking over het Uwe ten eenenmale verloren. Of Gij nog iets te beheeren zult hebben en, zoo ja, hoeveel, hangt dan af van de goed- of kwaadgunstige beschikking van de Synode.

Hier komt weer duidelijk naar voren de practische beteekenis van het ontbreken van een rechtsgrond aan het reglement op de predikantstraktementen. Was er wèl een rechtsgrond, dan was er ook een grens voor de synodale machtsuitoefening. Ook dit heeft de Vereeniging van kerkvoogdijen, die de vraag naar de bevoegdheid van de Synode eene „theoretische strijdvraag" noemde, blijkbaar niet begrepen.

Wanneer de Synode van Uwe gemeente geldelijke bijdragen kan eischen, zooals zij doet, dan kan zij niet alleen die eischen steeds hooger opvoeren, maar zij zal het ook moeten doen. Er zijn buiten de bezoldiging der predikanten nog andere belangen, waarvoor zij diep in Uwe beurs zal moeten tasten. Ik noem bijv. maar de pensionneering van de predikanten en van hunne weduwen en weezen. Hiermede is het in de Hervormde Kerk — en ik

Sluiten