Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

DE SYNODE GAAT STEEDS VERDEK IN HARE GEZAG SAANMATI-

moet er helaas bijvoegen: ten deele door de schuld der gemeenten — allertreurigst en allerschandelijkst gesteld. Wanneer de Synode meent dat haar de vrije beschikking toekomt over de beurs der gemeenten, dan is zij verplicht aan den zoo juist aangewezen misstand zoo spoedig mogelijk een einde te maken door een nieuwen greep te doen in den gemeentelijken geldbuidel. En ook daarna blijven er nog vele andere goede doeleinden op het gebied van in- en uitwendige zending over, waarvoor de Synode de inkomsten der gemeenten, zoolang die niet zijn uitgeput, zou kunnen gebruiken.

Wanneer de eerste stap gezet is op den weg der gezagsaanmatiging, dan is het einde niet te zien. Hiervan levert de geschiedenis der Synode in haar ruim honderdjarig bestaan, vele treffende bewijzen. De Synode heeft, om een enkel voorbeeld te noemen, er lang naar gestreefd eene regeling van het beheer aan de. gemeenten op te leggen. De gemeenten zagen daarin terecht eene aanranding van haar beheersrecht. Van synodale zijde is daartegenover steeds betoogd, dat wel het beheer zelf eene zaak van de gemeenten is, maar dat de regeling van het beheer behoort tot de competentie van de Synode. Ik ga hier op deze onjuiste bewering niet in, maar constateer alleen dat zelfs de vurigste verdediger eener synodale beheersregeling, nl. Prof. Cannegieter schreef: „ieder moet toestemmen dat het beheer zelf van de bevoegdheid der Synode uitgesloten is." *) En wat doet nu de Synode? Zij grijpt thans zoo diep in het beheer zelf in, dat zij eenvoudig, tegen den wil der beheerders, de gelden welke zij meent noodig te hebben, uit de kas der gemeente tracht te nemen.

Ik begrijp dan ook niet, hoe de directeur van den Raad van beheer Mr. Bartels den moed had in eene ver-

1) Zie zijn geschrift „De bevoegdheid tot regeling van het beheer van de kerkelijke goederen" (Utrecht 1890), bl. 158 en passim.

Sluiten