Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

OORSPRONKELIJKE WERKEN

draagt, terwijl voor hem, die heel de ontwikkeling van Van Eeden overziet het een geheel andere dan de oppervlakkige beteekenis krijgt. Voor hem zijn het de uiterlijke bewegingen aan de oppervlakte des waters, waaronder een om uitkomst worstelende ziel zich beweegt.

Wiè derhalve zich geroepen voelt kennis te nemen van het werk van Van Eeden, dient zich eerst degelijk voor te bereiden. Het eenvoudigst kan dat geschieden door het boekje van Feber: F. van Eeden's Ontwikkelingsgang of de reeks artikelen van Padberg SJ. in Studiën (1924) te bestudeer en. Daar ontleedt hij elk boek van Van Eeden afzonderhjk en concludeert daarna welke veranderingen er hebben plaats gehad in hem. En zooals de gevoelens zich wijzigen van Van Eeden, den literator, den criticus, den socialen hervormer, zoo verandert ook de geheele mensch. Querido heeft het goed uitgedrukt: „bij Van Eeden is de wijze, goede mensch meer, veel méér dan de artistieke, de lyrische, de in klankschoon overrompelende, de in fijn vernuft schitterende virtuozen-mensch." Nog eens, wie Van Eeden leest moet goed ontwikkeld en behoorlijk voorbereid zijn. Wie dat niet is en zich geen moeite wil geven om het te worden, stelle zich liever tevreden met het schoonste wat in bloemlezingen wordt aangeboden of met het boek I van de Kleine Johannes,

EEKELERS (W.) redacteur van een Vlaamsch socialistisch volksblad.

Gaf in Hef Roode Hoekje een bundel van zijn socialistische en onbeduidende stukjes, waarmede wij niets kunnen doen.

EFFEN (Justus van) geb. 1684 te Utrecht, zoon van een officier, studeerde in de Rechten in zijn geboorteplaats en te Leiden, promoveerde eerst in 1727.

Hij was huisonderwijzer in voorname huizen, gezantschapssecretaris en een bereisd man, zoodat hij zijn wereld kende.

Wekelijks gaf hij spektatoriale vertoogen uit, later verzameld sis De Hollandsche Spectator, buitengewoon interessant om het leven te leeren kennen, de zeden en gebruiken onzer vaderen in de 18e eeuw. Hij overleed in 1735 als commies van 's Rijks Wapenmagazijnen te 's Hertogenbosch,

Sluiten