Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OORSPRONKELIJKE WERKEN

159

VERMEULEN (Edward) 1872. Een gezonde Vlaamsche schrijver, die zijn volk door zijn boeken zoekt te verheffen. De Trimards, de Vlaamsche maaiers in Frankrijk -- Grepen uit het Dierenleven, met geestige toepassingen op het leven der menschen — De Zwarte Pokken, over de twisten en het gekrakeel van liberalen en katholieken in eene parochie — Herwording — Pauwenschreeuw — Caïns Zonde, -— De Dieperik. 't zijn allemaal gezonde boeken van rijke verbeelding en taal.

VERMEYLEN (August) werd geboren te Brussel in 1872. Hij is doctor in de Geschiedenis, studeerde een paar jaren te Berlijn en Weenen, en werd in 1902 hoogleeraar in de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde te Brussel. Hij was medestichter van „Jong Vlaanderen" en „Van Nu en Straks." Hij is socialist. Lepen en Werken van Jonker Jan v. d. Noot — Geschiedenis der Europeesche Plastiek en Schilderkunst — Kritiek der Vlaamsche Beweging ~ Van Gezelfe tot Timmermans, Alle boeken voor ontwikkelde lezers. En dan De Wandelende Jood, waardoor hij het meest bekend werd. Onder het beeld van Ahasverus jaagt Vermeylen een menschenziel door de wereld, altijd rusteloos en onvoldaan, tot zij ter helle, vaart. Men weet dat Vermeylen een ongeloovige is en men begrijpt derhalve dat dit symbolieke boek alleen voor ontwikkelden kan zijn. Als geheel voldoet het niet, maar er komen schoone brokstukken in voor.

VERRIEST (Hugo Nestor) een geestig voordrachtkunstenaar, een I pittig prozaschrijver. Hij werd geboren te Deerlijk, bij Kortrijk in 1840. Hij was leeraar te Roesselare, werd daarna kapelaan in Heule en overleed in 1922 als pastoor van Ingoyghem, waar ook Streuvels woont. Als uitmuntend causeur was hij gezocht en overal roemde hij zijn ouden leermeester Gezelle en diens kunst. Hij schreef Twintig Vlaamsche Koppen (karakterschetsen van bekende Vlamingen) :— Drie Geestelijke Voordrachten — De Regenboog (schetsen) en voordrachten — Op Wandel — en Liederen,

VERSCHAEVE (Cyriel). Hij werd geboren te Ardooi in 1874; na zijn priesterwijding leeraarde hij poësis en werd daarna onderpastor te Alveringhem. Vermeylen noemt hem „den rijk en machtig aangelegde."

Om vorm en didactische waarde dienen zijn Uren van Bewondering voor groote Kunstwerken, — Zijn verzen: Zeesymfonieën worden alom geprezen. —■ Zijn-

Sluiten