Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

Mannelijke arbeiders. Vrouwelijke arbeiders.

Leeftijd. Loon- Week- _ . Loon- Week- ^ .

i Dagzegel. Dagzegel, klasse, zegel. klasse, zegel.

14 tot en met 17 jaar . . III ƒ040 ƒ0.10 III ƒ0.40 ƒ0.10

18 tot en met 20 jaar . . IV „0.50 „o.ii1^ III „040 „0.10

21 jaarenouder V „0.60 „o.i2Vs IV „0.50 „0.12V2

In de meeste gevallen heeft men nu de juiste loonklasse.

Niet echter is dit het geval indien de arbeider een zoodanig loon in geld verdient, dat hij volgens de eerste tabel in een hoogere of lagere loonklasse zou vallen. Doet dit zich voor, dan passé men de eerste tabel toe.

Enkele voorbeelden mogen een en ander verduidelijken:

Een mannelijke arbeider van negentien jaar behoort volgens laatstgemelde tabel naar zijn leeftijd tot de vierde loonklasse.

Wanneer hij nu een vast loon in geld van ƒ 1000.— per jaar geniet, dan zou hij volgens de rangschikking naar jaarloon in de vijfde loonklasse moeten worden ondergebracht. In zulk een geval moet voor dien arbeider in de vijfde loonklasse worden betaald.

Men lette goed op, dat in dit geval alleen rekening moet worden gehouden met het loon in geld.

Stellen we, dat dezelfde arbeider van 19 jaar in geld geniet een loon van ƒ800.— benevens de kost, dan mag niet geredeneerd worden — omdat die kost b.v. ƒ200.— waard m, nu verdient die arbeider óók ƒ 1000.— dus moet voor Vem in de vijfde loonklasse worden betaald. Neen, hij verdient ƒ800.— in geld en daardoor behoort hij nog niet tot de hoogere loonklasse.

Sluiten