Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

Verrichten twee of meer personen voor gezamenlijke rekening arbeid in den zin van deze wet, gaan b.v. twee personen een vennootschap van koophandel onder firma aan, dan zijn zij verplicht om aan het bevoegd districtshoofd der arbeidsinspectie te verzoeken allen als hoofd en bestuurder der onderneming te worden aangewezen. Verzuimt men dit te vragen, dan wordt maar één der vennooten als zoodanig aangemerkt, en is de ander arbeider in den zin der Arbeidswet, zoodat alle bepalingen dier wet toepassing vinden en deze patroon, die arbeider is tegen wil en dank, niet langer werken mag dan gedurende de tijden, die bij de Arbeidswet zijn vastgesteld.

De laatste wet, die we hier afzonderlijk zullen bespreken, is de Zegelwet. Deze schrijft voor, dat sommige geschriften op gezegeld papier moeten worden gesteld of op andere wijze van een zegel moeten worden voorzien. Dit voorschrift heeft niet ten doel om aan die geschriften eeriig bijzonder karakter te verleenen, maar eenvoudig om belasting te heffen. Deze wet is dus een belastingwet.

De Zegelwet onderscheidt het zegelrecht naar de oppervlakte van het papier, ook wel genaamd formaatzegel, krachtens hetwelk nader in de wet aangegeven geschriften op zegels van een gulden, vijftig of dertig cent moeten worden gesteld, en enkele bijzondere zegelrechten, zooals het huurzegel, het zegelrecht van wissels, het kwitantiezegel, enz.

Hiervan willen we alleen het laatstgenoemde bespreken. Ieder schriftelijk stuk, dat eenzijdig is opgemaakt en dat de ontvangst of overneming van gelden vermeldt, of dat bevat de erkenning door of namens den schuldeischer, dat een geldschuld geheel of gedeeltelijk is voldaan of verrekend, alsook de verklaring, dat niets te vorderen is, is aan een vast recht van tien cent onderworpen, wanneer het betrekking heeft op sommen, die meer dan tien gulden *) bedragen en

Zegelwet.

*) Tien gulden is dus nog vrij.

Sluiten