Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

deze sommen niet strekken in mindering of tot afdoening van grootere bedragen.

We zien hieruit, dat de naam kwitantiezegel minder juist is. Want ook een stuk, dat de ontvangst of overneming van gelden vermeldt, zonder dat het een kwijting inhoudt, is aan dit zegelrecht onderworpen. Wanneer een winkelier aan een schipper of vrachtrijder goederen onder rembours meegeeft en de betaling, b.v. ƒ 50.— geschiedt inderdaad bij de aflevering der goederen, dan zal de schipper of vrachtrijder het ontvangen geld aan den winkelier moeten afdragen. Deze zal niet vergeten op de kwitantie, die hij aan den kooper toezendt, een zegel te plaatsen. Maar dat hij bij het afteekenen in het boek van den schipper of vrachtrijder, ook een zegel moet plakken, kan licht vergeten worden, omdat men daarin geen kwijting ziet. Niettemin is het noodig, want men ontvangt geld en dit enkele feit is voldoende om de verschuldigdheid van dit zegelrecht te doen ontstaan.

In welken vorm het stuk is opgemaakt, doet niet ter zake. Meldt men iemand per brief of briefkaart de goede ontvangst van een zeker bedrag, dat hooger is dan ƒ 10.—, dan is ook zegelrecht verschuldigd. Zelfs is dit het geval, wanneer men de ontvangst van een chèque, postwissel of wissel bericht. Anders is het echter, wanneer men de ontvangst van een aangeteekenden brief met inhoud bevestigt, al bevatte die brief ook geld of geldswaardig papier, tenminste wanneer die inhoud niet nader wordt aangeduid. Wanneer tegelijk met den brief, die de goede ontvangst van de geldsom of van geldswaardig papier bericht, een gezegelde kwitantie wordt verzonden, en men deelt dit in den brief mede, dan vervalt de verplichting om nu ook nog den brief van een zegel te voorzien.

Voor de kwijting, die voorkomt op postwissels, postbewijzen, kassierspapier, cheques of ander handelspapier, is geen zegelrecht verschuldigd.

Wanneer iemand honderd gulden schuldig is en hij betaalt dit bedrag in sommen van twintig gulden af, dan be-

Sluiten