Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

kracht heeft. Dit is absoluut onjuist. Voor de totstandkoming van verreweg de meeste overeenkomsten is slechts noodig de wilsovereenstemming van de beide partijen ten opzichte van bepaalde punten, zooals bij verkoop en koop b.v. het voorwerp dat- en ■ den prijs, waarvoor verkocht en gekocht wordt. Niet dus is noodig een opschriftstelling dier overeenkomst, zonder welke ze niet zou bestaan. De opschriftstelling is uitsluitend een kwestie van bewijs. Heeft men de overeenkomst gesloten, terwijl daarbij niemand anders aanwezig was dan de beide partijen en ontkent één hunner later de totstandkoming hetzij van de geheele overeenkomst, hetzij van bepaalde onderdeelen ervan, dan is het in de meeste gevallen ondoenlijk om het bewijs te leveren. Is daarentegen het overeengekomene op schrift gesteld, dan zijn dergelijke moeilijkheden in het geheel niet te duchten.

In de praktijk van den handel verzuimt men dikwijls aan deze aangelegenheid voldoende aandacht te schenken. Het is volkomen waar, dat in den handel vertrouwen een onmisbaar element vormt. Maar dit brengt geenszins mede, dat de wensch om een gesloten overeenkomst schriftelijk vast te leggen als een uiting van wantrouwen mag worden opgevat. In ieder geval leert de praktijk, dat een opschriftstelling verre van overbodig is en dat de afwezigheid ervan verderfelijke gevolgen kan hebben.

Men neme daarom een formaatzegel van vijftig cent en stelle den navolgenden inhoud op:

De ondergeteekende (naam, beroep en woonplaats) verklaart verkocht te hebben aan den mede-ondergeteekende (naam, beroep en woonplaats), die verklaart van eerstgenoemde gekocht te hebben: twaalf dozijn heerenpetten, model, enz. enz.

Deze overeenkomst van koop en verkoop wordt aangegaan voor een prijs van ƒ 24.— per dozijn, dus totaal voor ƒ288.— en onder de navolgende bedingen:

Sluiten