Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

Preferentie.

Moet gevraagd wor den.

Niet aan termijn gebonden.

uit zich zelf en zoo spoedig mogelijk. De opgave geschiedt schriftelijk met vermelding van het bedrag der vordering, de oorzaak ervan, en den datum van het ontstaan. Heeft men aan den heer Pieterse gedurende de maanden Januari, Februari en Maart van het jaar 1926 verschillende goederen geleverd, dan maakt men dus een afschrift van zijn rekening uit de boeken en zendt dit met begeleidend schrijven, waarvan men — gelijk van alle uit te zendén brieven — copie houdt, aan den curator. De verschillende noodige gegevens zijn dan in eens verschaft. In dit schrijven vermeldt men vooral, tenminste als er termen zijn om dit te doen, dat men preferentie vraagt op de opbrengst der verkochte goederen, voorzoover die nog in den faillieten boedel aanwezig zijn.

De wet kent nl. aan den verkooper van eenig roerend goed, waarvan de koopprijs nog niet voldaan is, voorrecht toe op de opbrengst van dat goed. Verkoopt een winkelier op 1 Januari 1926 voor ƒ 100.— aan iemand een kachel en gaat de kooper op 1 Juli 1926 failliet, zonder de ƒ 100.— betaald te hebben, maar terwijl de kachel aanwezig is, dan komt de opbrengst, stel ƒ60.—, van die kachel geheel, met aftrek slechts van een klein gedeelte als omslag in de faillissementskosten, aan den winkelier ten goede, omdat de vèrkooper op die opbrengst bevoorrecht is. Voor het restant, dus voor ruim ƒ40.—, deelt de winkelier tegelijk met de andere schuldeischers op en het is dus mogelijk, dat hij daarvan nog een niet onbelangrijk percentage krijgt.

Deze gang van zaken heeft echter alleen plaats, indien men aan den curator vraagt op deze opbrengst bevoorrecht te worden. Men dient zijn rekening in en vraagt preferentie op de opbrengst der verkochte en geleverde goederen, voorzoover die nog in den faillieten boedel aanwezig zijn. Verzuimt men dit te vragen, dan verliest men het voorrecht, deelt men voor het geheele bedrag tegelijk met de andere schuldeischers op, en is het gevolg hiervan een dikwijls belangrijke benadeeling.

Dit voorrecht kan men steeds uitoefenen, zonder dat het aan een termijn gebonden is. We zagen bij de behandeling

Sluiten