Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

schulden, mits de hoegrootheid ervan vaststaat en ze opeischbaar zijn, tengevolge heeft, dat ze tegen elkaar wegvallen. Heeft de winkelier een vordering van ƒ300.— op den failliet, maar is hij hem ƒ200.— schuldig, dan is de gang van zaken dus niet deze, dat de ƒ 200.— aan den curator moeten worden betaald, terwijl de vordering van ƒ300.— ter verificatie moet worden ingediend, maar aldus, dat een vordering van ƒ 100.— ter verificatie moet worden ingediend, natuurlijk vergezeld van een behoorlijke toelichting voor den curator. Deze gang van zaken is dus veel voordeeliger voor den schuldeischer van den failliet. Wil echter het beroep op compensatie gedaan kunnen worden, dan is het noodzakelijk, dat men voor de vordering, die men heeft, reeds vóór de faülietverklaring ter goeder trouw schuldeischer was. Het is wel voorgekomen, dat personen, die iets aan een faillieten boedel schuldig waren, dachten: „Wanneer ik nu ook maar een vordering voor dat bedrag bad, dan zou ik niets hebben te betalen. Ik zie dus van een ander, die er wel een heeft, die vordering te koopen." Die ander draagt zijn vordering dan aan onzen vriend over, of, zooals men het ook noemt, cedeert zijn vordering. Maar een dergelijke handelwijze is verboden. En niet alleen is dit zoo, wanneer die overdracht of cessie na de faillietverklaring is geschied, maar ook wanneer zij daarvóór plaats had, terwijl aan te toonen is, dat degene die de vordering kocht, het faillissement zag of kon zien aankomen of niet te goeder trouw heeft gehandeld.

Het faillissement kan eindigen door het verbindend worden der slot-uitdeelingshjst. Nadat de verificatievergadering heeft plaats gehad en alle vorderingen daarbij zijn vastgesteld, voorzoover zij niet betwist werden, gaat de curator tot de vereffening van den faillieten boedel over. Zijn alle baten vereffend, dan is het mogelijk om te berekenen hoeveel er voor de preferente en concurrente schuldeischers beschikbaar is. Dit resultaat wordt vastgelegd in de uitdeelingshjst, die ter griffie wordt gedeponeerd en daar voor de schuldeischers gedurende tien dagen kosteloos ter inzage ligt.

Cessie van vorderingen.

Einde van het faillissement.

Sluiten