Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

„Waar St. Anna (Nijmegen) nimmer een afzonderlijk dorp is geweest, gelijk blijkt uit verschillende aan de Rb. uit eigen wetenschap bekende en van algemeene bekendheid zijnde omstandigheden, gaat het verweer van den beklaagde (aan wien ten laste is gelegd, dat hij als geneeskundige die de geneeskunst uitoefent geneesmiddelen heeft afgeleverd) dat hij zich destijds gevestigd heeft op een plaats, hl. St. Anna, waar zich toen nog geen apotheker bevond, niet op.

De geneeskundigen die de bevoegdheid tot het leveren Art. 10. van geneesmiddelen ingevolge deze wet niet bezitten, mogen, bij geheime ziekten, de geneesmiddelen aan de zieken leveren, mits die middelen, in den vorm waarin zij gebruikt worden, aan hen zeiven door een apotheker afgeleverd en van diens zegel voorzien zijn.

Het is hun verboden met een apotheker rechtstreeks of Art. 11. zijdelings een overeenkomst aan te gaan over het leveren van geneesmiddelen aan hunne zieken.

Ten slotte is er ook een sanctie op het overtreden dezer bepalingen gesteld in een afzonderlijk art. inhoudende dat zoo- Art. 19. danige overtreding wordt gestraft met een boete van ƒ 0.50 tot ƒ200, bij recidive binnen twee jaren kan die boete tot ƒ 500 stijgen of vervangen worden door hechtenis tot één jaar.

Thans enkele opmerkingen voor den geneesheer van belang Wet ui toefebetreffende de wet regelende de uitoefening der artsenij- ningartsenijbereidkunst (apothekers wet). bereidkunst.

Hierin wordt o.a. bepaald dat tot uitoefening der artsenij- Art» bereidkunst alleen bevoegd zijn apothekers en die geneeskundigen aan wie dit toegestaan is. De uitdrukking „bevoegd" moet worden opgevat in den zin van „gerechtigd". (Zie arrest H. R. 29 Maart 1870, W. 3206).

Dit artikel staat aan apotheekhoudende geneeskundigen Art. 21. eenige faciliteiten toe mét betrekking tot de voorschriften waaraan andere apotheken onderworpen zijn.

Zulk eene faciliteit is ook gelegen in het voorschrift van Art. 28. art. 28, waarop ik hier niet nader behoef in te gaan, daar het evenmin als art. 21 tot moeielijkheden bij de interpretatie aanleiding geeft.

Sluiten