Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

!3

leenende voor bepaalde onrechtmatige daden, (de algemeene regeling is neergelegd in art. 1401 v.v.) zijn daarom voor den medicus van belang omdat wanneer lichamelijk letsel of de dood van een patiënt het gevolg is geweest van onvoorzichtig of onoordeelkundig optreden van zijn arts, deze laatste tot schadevergoeding kan worden aangesproken, zelfs dan indien die onvoorzichtigheid of nalatigheid niet van zoodanigen aard is geweest dat er van schuld in strafrechtelijken zin zoude mogen worden gesproken (veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld in den zin van het W. v. S., waarover later).

Bij arrest van den 9 November 1917 te vinden in de N. J. 1917 bid. 1209 heeft de H. R. uitgemaakt dat als een privaatrecht is te beschouwen het recht om niet door toedoen van een ander lichamelijk letsel te ondergaan. De artt. 1401 en volgg. B. W. verleenen bescherming tegen zoodanig letsel onrechtmatig toegebracht, ook indien dit geschiedt bij gelegenheid van eene geneeskundige behandeling en zij geven in dat geval een vordering tegen hem die die behandeling toepast en de zorg daarvoor op zich heeft genomen.

Het meest bekende geval dat een geneesheer op grond van het artikel 1407 B. W. tot schadevergoeding werd verplicht is nog steeds het „calomel"vpnnis van de Groningsche Rechtbank, bevestigd door het arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden d.d. 17 April 1907, cassatieberoep waartegen door den H. R. 28 Februari 1908, W. 8672 werd verworpen.

De kwestie was als volgt: Op den 23 Januari 1902, bij gelegenheid dat hij als arts een dochtertje van een zijner patiënten behandelde, welk kind lijdende was aan een aandoening van het wit van haar linkeroog en welke behandeling hij reeds meerdere malen had toegepast, uit een bruin fleschje, dat volgens het daarop aanwezige etiket calomel (chloretum hydrargyrosum) moest bevatten, met een penseel een wit poeder genomen hebbende, stoof bedoelde geneesheer, Dr. v. d. M., dit witte poeder wederom in het zieke oog van het meisje. Hij merkte daarbij evenwel niet op dat dit fleschje ditmaal een ander wit poeder inhield, hoewel

Sluiten