Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

betaald. Echter is van veel meer beteekenis het inkomen van patiënt, iemand zonder vermogen, die ƒ 3000 per jaar uit arbeid verdient. In verband met hetgeen de rechtbank uit eigen wetenschap bekend is, betreffende de bezoldiging door heelmeesters van uitstekende reputatie in rekening gebracht, is de rechtbank van oordeel dat eischer aan gedaagde op zijn hoogst ƒ 250 in rekening had mogen brengen, welk bedrag gedaagde heeft aangeboden.

De eischende arts derhalve in de kosten veroordeeld.

Men ziet dat de bedoelde operatie den chirurg in casu al heel weinig voordeel zal hebben gebracht. Immers van de hem gegunde ƒ 250 zal een groot gedeelte aan proceskosten afgaan en waar hij zoowel de kosten van de tegenpartij als zijne eigene moet dragen, dit bedrag daartoe wellicht niet eens voldoende zijn geweest.

Een vraag die wellicht ook voor de lezers van dit boekje van belang kan zijn is deze of de dokter bevoorrecht is boven andere schuldeischers voor zijn honorarium en wanneer zijne vordering verjaart? Wat de preferentie van het doktershonorarium betreft kan gezegd worden dat dit alleen dan gaat voor andere schulden indien het behoort tot de kosten der laatste ziekte,welke kosten ingevolge art. 1195 ten 3de B. W. bevoorrecht zijn op alle de onroerende en roerende goederen in het algemeen, doch eerst na de gerechtskosten en de begrafeniskosten.

Art. 2006 van het Burgerlijk Wetboek leert ons dat de rechtsvordering der artsen, heelmeesters en apothekers wegens hunne bezoeken, heelkundige diensten en geneesmiddelen verjaart door verloop van twee jaren. Dit beteekent dat indien de dokter gedurende twee jaren niet meer op de door hem ingediende declaratie terugkomt, hij betaling daarvan niet meer in rechte kan vorderen, aangezien de wet dan, ingevolge art. 2010, een vermoeden dat betaald is aanneemt, met dien verstande evenwel dat als de schuldenaar zich op verjaring beroept van hem de eed kan worden gevorderd dat de schuld werkelijk is betaald geworden. De eed kan opgelegd worden aan de weduwe en de erfgenamen ten-

Sluiten