Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

deelneming, honoreering, macht in bestuur en algemeene vergadering, voorwaarden waaronder de praktijk wordt uitgeoefend enz. en wil er m.a.w. voor zorgen dat de vroeger op dit gebied ruimschoots bestaande misstanden voortaan worden voorkomen.

Na het burgerlijk recht, voor zoover de arts daarmede meer eigenaardig in aanraking komt, hiermede te hebben afgehandeld komen wij thans tot het strafrecht.

De bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht die speciaal w. v. s. op geneeskundigen betrekking hebben zijn uiteraard niet talrijk. Beginnen wij met art. 156. Dit houdt in dat getuigen Art. 156. en geneeskundigen die een tweegevecht bijwonen niet strafbaar zijn. In bepaalde gevallen echter kan de getuige wèl strafrechtelijk worden vervolgd, nl. als hij is afgeweken van de verplichtingen welke op zoodanige getuigen geacht worden te rusten.

Een artikel, van meer belang, behandelt het afgeven van Art. 228. geneeskundige verklaringen. De geneeskundige, zegt art. 228, die opzettelijk een valsche schriftelijke verklaring afgeeft nopens het al of niet bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden of gebreken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar.

Indien de verklaring wordt afgegeven met het oogmerk om iemand in een krankzinnigengesticht te doen opnemen of terughouden, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden opgelegd. Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die opzettelijk van de valsche verklaring gebruik maakt als ware de inhoud overeenkomstig de waarheid.

Indien door een wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die verklaring waarheid kan bevatten, is er geen sprake van een valsche verklaring door een geneeskundige afgegeven, als bij dit artikel bedoeld. (Vonnis van de Rechtbank te 's Hertogenbosch d.d. 18 December 1888, W. 5676).

Een artikel dat eveneens betrekking heeft op geneeskundige verklaringen is art. 229.

Sluiten