Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4i

den overgelegd, waardoor opneming in gestichten van krankzinnigen is vertraagd, zijn de burgemeesters naar aanleiding eener missive van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 2i December 1887, in het belang der spoedige opneming uitgenoodigd, om, zoo dikwijls hun niet met reden omkleede verklaringen ter legalisatie worden aangeboden, op de bovengenoemde omstandigheid de aandacht van geneeskundigen en belanghebbenden te vestigen.

De rechter is bevoegd, alvorens op het verzoek tot plaat- Art. 17. sing in een krankzinnigengesticht te beschikken, den persoon wiens plaatsing verzocht is, zijne bloedverwanten, aangehuwden, echtgenoot, voogd of curator daarover te hooren, wat eerstgenoemde betreft, al of niet in tegenwoordigheid van een geneeskundige door den réchter aan te wijzen.

Gedurende de eerste veertien dagen na iemands opneming Art. 20. houdt de geneeskundige van het gesticht of, wanneer meer geneeskundigen daarin werkzaam zijn, die der afdeeling waarin de opgenomene is geplaatst, dagelijks in een daartoe bestemd register aanteekening van zijne bevinding.

Na den afloop der eerste veertien dagen geschiedt gelijke aanteekening gedurende een half jaar, minstens wekelijks, en daarna minstens maandelijks.

Van de aanteekeningen der geneeskundigen wordt uiterlijk Art. 21. drie dagen na den dag der opneming afschrift gezonden aan den officier van justitie met vermelding, zoo de opgenomene geene blijken van krankzinnigigheid gegeven heeft, of hetgeen voor zijne opneming met hem voorgevallen is, in verband met hetgeen in het gesticht bij hem is waargenomen, zijne verdere afzondering van de maatschappij in zijn belang of in dat der openbare orde schijnt te rechtvaardigen.

Binnen vier weken na de verleening der machtiging tot Art. 22. voorloopige plaatsing in een krankzinnigengesticht wordt een afschrift van de geneeskundige aanteekeningen in dat gesticht gemaakt met een nader verzoekschrift door een procureur onderteekend, of een requisitoir om den opgenomene gedurende een bepaalden tijd, die van één jaar niet te boven gaande, in een krankzinnigengesticht te doen verblijven,

Sluiten