Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARCHITECT EN PRINCIPAAL.

Kenmerkend voor het beroep van den architect is dat hij als regel zijn werkzaamheid niet verricht voor zich zelf doch in opdracht en vóór rekening van een ander: zijn principaal. In de met dezen gesloten overeenkomst, of meerdere overeenkomsten, ligt het uitgangspunt voor zijne verrichtingen welke, ondanks de vrij groote zelfstandigheid waarover de architect meestal kan beschikken, daarin tevens hare begrenzing vinden. De principaal is opdrachtgever. De architect heeft zich bij de uitvoering van zijn taak steeds rekenschap te geven van aard en omvang der ontvangen opdrachten.

De normale verrichtingen van den architect, voortvloeiende Taak van den uit zijne rechtsverhouding tot den principaal, vormen in het architect, algemeen een aaneensluitende reeks van verschillende prestaties, aanvangende met het eerste schetsontwerp — meestal ten slotte eindigende met het toezicht op de eindafrekening van den bouw nadat deze voor de laatste maal is opgeleverd en alle opgegeven onderhoudswerken naar behooren zijn voltooid.

Zij moeten m. i., hoewel ze geleidelijk in elkander overgaan, worden onderscheiden in twee hoofdgroepen, naarmate de architect hetzij als ontwerper, hetzij als bouwleider optreedt.

Tot de eerste groep, die der voorbereiding tot den bouw, behooren de werkzaamheden, welke de principaal behoeft alvorens hij kan besluiten om tot de verwezenlijking van zijn bouwplannen over te gaan.

Daartoe zijn dus te rekenen: voorloopig ontwerp, uit-

Sluiten