Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

grootere gemeenten van de provincie Zeeland verkrijgt enkele jaren geleden van de gemeente de beschikking over een terrein om daarop een complex arbeiderswoningen te doen plaatsen. Op het terrein staan echter hier en daar nog enkele oude opstallen, welke eerst moeten worden gesloopt, alvorens met den nieuwbouw kan worden begonnen.

De architect neemt zonder nader onderzoek aan, dat de opstallen terstond kunnen worden afgebroken en ontwerpt de plannen en de wijze van uitvoering zoodanig, dat het bouwterrein volledig vóór den bouw beschikbaar zal zijn en het complex woningen als één geheel zal worden tot stand gebracht. Eerst tijdens de uitvoering blijkt echter dat dit plan niet uitvoerbaar is, omdat de oude opstallen nog zijn bewoond en, tengevolge van de bepalingen der huuropzeggingswet, aan de bewoners huurverlenging wordt toegestaan.

Gevolg was, dat de uitvoering van het werk in kleine gedeelten moest geschieden, de uitvoeringstermijn met meer dan het dubbele werd overschreden en den aannemer, die door een en ander natuurlijk ernstige schade leed, welke bij de aanneming van het werk niet was te voorzien — een vergoeding daarvoor van ca. ƒ 20.000 door de aanbesteedster moest worden betaald.

Deze enkele voorbeelden, welke met tallooze andere uit de praktijk van het bouwbedrijf kunnen worden aangevuld, typeeren wel de eigenaardige verwikkelingen, waarvoor de architect bij het opmaken van zijn uitvoeringsontwerp kan worden gesteld.

Ze zijn uitsluitend gevolg van miskenning der rechtsverhoudingen.

In hoeverre treft den architect hier mede de aansprakelijkheid voor de juridische uitvoerbaarheid van zijn uitvoeringsplan?

Verstaat men daaronder, gelijk ik hierboven het reeds definieerde: een plan werkelijk vatbaar om dienovereenkomstig den bouw naar behooren, dus zonder stagnaties,

Sluiten