Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37

tusschen partijen was overeengekomen, behoeft na het reeds opgemerkte geen nader betoog.

Of deze regeling tegenover een ondeskundigen principaal, die van bouwen geen verstand heeft en meestal van dergelijke voorschriften niets afweet, in het algemeen redelijk en billijk moet worden geacht, is een vraag waarover m.i. verschillend kan worden geoordeeld, al valt het licht te begrijpen, dat de architecten in hunne Algemeene Regelen ook op dit punt hunne aansprakelijkheid hebben beperkt.

HET BESTEK.

In de praktijk van het bouwbedrijf spreekt men meestal Bestek van: Bestek en voorwaarden. Het bestek omvat dan de «n vooreigenlijke, vooral technische aanduiding en nadere om- waarden, schrijving van het te verrichten werk, daarbij verwijzende naar de z.g. bestek-teekeningen. De voorwaarden bevatten daarnaast bepalingen omtrent de wijze van werken, algemeene eischen aan de soort en hoedanigheid der te verwerken bouwmaterialen gesteld, voorschriften omtrent de regeling der werkzaamheden, onderzoek en keuring van bouwstoffen en eindelijk een nadere aanduiding der verplichtingen en bevoegdheden van de bij den bouw betrokken partijen: aanbesteder, aannemer en architect.

In overeenstemming daarmede geven de Algemeene Regelen B.N. A. voor het bestek deze definitie: „Hieronder wordt „verstaan de nauwkeurige omschrijving van het te maken werk, „en de voorwaarden waaronder dit moet worden uitgevoerd".1)

Het lijkt wel zeer eenvoudig. En toch, niet minder dan het vervaardigen van een deugdelijk uitvoeringsontwerp, stelt ook hét maken van een werkelijk goed bestek aan den architect hooge eischen.

Wellicht op geen enkel terrein van nijverheid en handel komen zooveel verwikkeüngen, conflicten, scherpe geschillen voor dan juist in het bouwbedrijf.

*) Algemeene Regelen B. N. A. art 5, blz. 5.

Sluiten