Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

kan overleggen. Een voorwaarde waaraan, men weet het, in de praktijk vrijwel nooit de hand wordt gehouden en ook redelijkerwijze niet kan worden gehouden.

Dat de aannemer, wanneer het tot een zoodanige strikt wettelijke arbitrage ware gekomen, in het nadeel zou zijn geweest, behoeft geen betoog. Immers de scheidslieden zouden zich dan noodgedwongen aan de wet hebben moeten houden1).

Geschillen- De beslissing van bouwgeschillen door daartoe door parbeslechting tijen aangewezen deskundigen, hetzij als arbiters of als leden door deskun- eener adviescommissie heeft, mede als gevolg van de daartoe digen ver- door den Nederl. Aannemersbond gevoerde actie, zich in dient voor de laatste jaren zeer sterk ontwikkeld en vindt thans, gehet bouw- lukkig, meer en meer toepassing. Gelukkig! Immers hij die bedrijf aan- tot objectieve beoordeeling van vaak voorkomende bouwbeveling. geschillen in staat is, zal inderdaad niet kunnen ontkennen, dat de gewone wijze van procedeeren in het algemeen niet aanbeveling verdient en geen voldoende waarborgen geeft voor waarlijk billijke, het rechtsgevoel bevredigende beslissingen.

Reeds eeuwenlang heeft in ons land voor het bouwbedrijf het beginsel van geschmen-beslechting door ter zake deskundigen gegolden. Eerst in het begin der vorige eeuw is, waarschijnlijk als gevolg der codificatie, de invoering van algemeen geldende rijkswetten2), daarmede tijdelijk gebroken. Doch al spoedig werd de noodzakelijkheid van leekenrechtspraak voor het bouwbedrijf wederom algemeen erkend en is deze dan ook in de laatste jaren weer in eere hersteld.

Te verwonderen behoeft dit niet. De bepalingen der wet ten aanzien van de aanneming van werk zijn onvoldoende en in menig opzicht geheel verouderd. Daarnaast geldt evenzeer als een ernstig bezwaar dat de rechterlijke colleges,

*) Vergl. art. 636 Wetb. Burgl. Rechtsv. 2) Vergl. prof. Chr. K. Visser, blz. 25 e. v..

Sluiten