Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

63

omissies in het bestek alsnog te verbeteren en aan te vullen, en nadere inlichtingen te verschaffen omtrent ligging en gesteldheid van het terrein en bijzondere omstandigheden voor de uitvoering van belang.

Een goede, volledige aanwijzing kan den aannemer een beter begrip bijbrengen van hetgeen van hem wordt verlangd, en latere teleurstellingen voor alle partijen voorkomen.

Gegadigden naar een werk maken in de praktijk dan ook van deze gelegenheid, om meer omtrent de bedoeling van het bestek en details van het werk te weten te komen, steeds gaarne gebruik.

Een veel gemaakte fout is echter, dat inlichtingen slechts mondeling of terloops aan enkele vragers worden gegeven en niet schriftelijk worden vastgelegd. De beoogde zekerheid omtrent de wijze van uitvoering wordt daardoor niet verkregen. Terecht bevatten dan ook vrijwel alle reeds genoemde Algemeene Voorschriften de bepaling, dat de ter aanwijzing gegeven inlichtingen slechts verbindend zijn voor zoover zij in den staat van inlichtingen of het procesverbaal van aanwijzing zijn opgenomen. Is dit inderdaad geschied, dan gelden zij evenzeer tegenover inschrijvers die bij de aanwijzing niet tegenwoordig waren.

De architect zal dus goed doen steeds alle inlichtingen, ook al zijn ze schijnbaar van weinig belang, schriftehjk vast te leggen. De bouwleiding zal er des te gemakkelijker door zijn.

Na de aanbesteding volgt de gunning van het werk, tenzij De gunning, geen der inschrijvingen daarvoor in aanmerking komt.

De gunning geschiedt door den aanbesteder zelf, waarbij de architect hem adviseert.

Ook hierover slechts een enkele opmerking van praktisch belang. Voor meer uitvoerige beschouwingen, vooral omtrent de vraag of de aanwijzing van den aannemer door den principaal invloed heeft op de aansprakelijkheid van den architect, zij verwezen naar de reeds meergenoemde studie van mr. Van Creveld1). Met zijn beschouwingen ben ik het niet

*) Mr. Van Creveld, blz. 30—47.

Sluiten