Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordelijkheid voor fouten, bij de dagelijksche bouwleiding door zijn personeel begaan, te onttrekken.

AANSPRAKELIJKHEID VAN DEN ARCHITECT ALS DIRECTIE.

Art. 1645 Hoever gaat de aansprakelijkheid van den architect als

B.W. directie?

De wettelijke regeling daarvoor geeft art. 1645 B. W.:

„Indien een gebouw, voor een bepaalden prijs aangekomen en afgemaakt, geheel of gedeeltelijk vergaat door „een gebrek in de zamenstelling of zelfs uit hoofde van de „ongeschiktheid van den grond, zijn de bouwmeesters en „aannemers daarvoor gedurende tien jaren aansprakelijk."

Ik behandelde reeds de aansprakelijkheid van den architect als ontwerper. De aangehaalde wetsbepaling regelt daarnaast zijne verantwoordelijkheid als „bouwmeester", dus als directie met de leiding der uitvoering belast.

Aannemer en directie worden hier te zamen aansprakelijk gesteld, welke aansprakelijkheid naar algemeene rechtsregelen als een hoofdelijke is te beschouwen.

Waar een aannemer echter onder directie werkt en bij de uitvoering gebonden is aan de voorschriften van bestek en teekeningen en de nadere aanwijzingen tijdens den bouw, zal bij in het algemeen vrij ^ïit gaan, wanneer hij heeft gewerkt volgens bestek en teekeningen en de ontstane gebreken niet aan daarbij door hem begane fouten zijn toe te schrijven.

Rechtspraak. Aldus R'bank Utrecht, 27 Juni 1917, N. J. 1918 blz. 133.

Aldus ook een reeds genoemde principieele beslissing van het Gerechtshof Arnhem 19 Februari 1915 N. J. '15, blz. 497: „De aannemer kan volstaan met te bouwen volgens bestek, „door een architect voor den aanbesteder gemaakt, en be„hoeft niet in te staan voor de gebreken uit dat bestek voort„vloeiende".

Volgt hieruit dat de architect zijn aansprakelijkheid voor

Sluiten