Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

zich bewust is van het risico waaraan een aannemer ook ten deze is blootgesteld, de goede oplossing spoedig hebben gevonden.

Hij late zich door den aannemer tijdig opgeven van welken leverancier, fabrikant of tusschenhandelaar deze zich voorstelt zijn materialen te betrekken, plege daaromtrent met hem overleg en verklare zich bereid om met den aannemer de materialen aan de fabriek of opslagplaats te kiezen en te keuren. De daaraan verbonden reiskosten enz. komen dan voor rekening van den aannemer, waarvoor zoonoodig een verrekenpost in het bestek wordt opgenomen.

Door het trekken van een monster uit de bezichtigde en goedgekeurde partijen steen, hout, enz., welke monsters door leverancier en aannemer worden gewaarmerkt, wordt dan genoegzame zekerheid verkregen dat bij aanvoer op het werk inderdaad de te verwerken bouwstoffen aan de door de directie gestelde eischen zullen beantwoorden.

Onnoodige schade en vertraging in de leveringen en uitvoering van het werk kunnen aldus, bij ruime toepassing van dit beginsel, voor alle belanghebbenden worden vermeden.

MEERDERWERKOPDRACHTEN.

Art. 1646 In hoeverre is de architect bevoegd meerderwerk op te

B. W. dragen? Herhaaldelijk blijkt dat men in vakkringen, zoowel

van architecten als van aannemers, daaromtrent een verkeerde opvatting heeft en de bevoegdheid van den architect ruimer acht dan ze rechtens is. Men ziet daarbij over het hoofd het zeer beperkende voorschrift omtrent bijbetaling voor meerderwerk in art. 1646 B. W. gegeven. Genoemd wetsartikel bepaalt daaromtrent: „Indien een bouwmeester of aannemer op zich genomen „heeft om een gebouw bij aanneming te maken volgens „een bestek, met den eigenaar van den grond beraamd en „vastgesteld, kan hij geen vermeerdering van den prijs vorderen, noch onder voorwendsel van vermeerdering der

Sluiten