Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

meerderwerk erkennen, doch slechts in beperkte mate, namelijk tot een bedrag van slechts 2 % der aanneemsom1).

Voor zoover daardoor de onderlinge rechtsverhouding tusschen directie en aanbesteder wordt geregeld, is een dergelijke beperking zeker te aanvaarden als tegemoetkoming aan het hiervóren genoemd bezwaar: vrees voor overschrijding der kostenraming. Bij het optreden van den architect tegenover den aannemer acht ik haar echter, ook uit praktische overwegingen, ongewenscht. De aldus vrijwel willekeurig getrokken grens is immers in den regel bij het geven van verschillende meerderwerkopdrachten tijdens de uitvoering niet vast te stellen. Terwijl bovendien de aannemer van deze regeling tusschen architect en aanbesteder onkundig is en dus niet kan weten wanneer de meerderwerk-bevoegdheid van den architect eindigt en hij weer een schriftelijke opdracht van den aanbesteder moet vorderen.

STELPOSTEN EN VERREKENPOSTEN.

Het voorschrijven van zoodanige posten in het bestek en het aldus doen opnemen daarvan in het bedrag der aanneemsom vindt den laatsten tijd meer en meer ingang. Eenerzijds is dit gevolg van de toenemende neiging bij architecten tot de z.g.n. „partieele besteding" hiervóren reeds besproken, anderzijds ook van een meer gecompliceerde bouwwijze, waartoe de voortgaande ontwikkeling der techniek ten aanzien van betonwerk, verwarmingsinstallaties, liften, ijzerconstructies en dergelijke aanleiding geven. Het ligt voor de hand, dat een directie er de voorkeur aan geeft zich betreffende de uitvoering van deze werken rechtstreeks met den specialen leverancier of fabrikant te verstaan buiten den hoofdaannemer om, of althans omtrent de te stellen eischen en wijze van uitvoering zich de noodige vrijheid wil voorbehouden.

Daartoe dienen dan de stel- en verrekenposten in een

"■) Vergl. Algem. Regelen §§ 15, 16, 17.

Sluiten