Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

De eisch van beknoptheid, aan dit werkje gesteld, verbiedt mij al weder op het instituut van den bouwborgtocht hier dieper in te gaan. Reeds vroeger had ik gelegenheid aan dit onderwerp meer uitvoerige beschouwingen te wijden1). Recht der Ik moge hier volstaan met de opmerking, dat in het algebouwborgen meen de opvatting veld wint dat de bouwborgen, die het op het restant werk overnemen, aan § 476 der A.V. van Waterstaat een der aan- zelfstandig recht ontleenen op een evenredig gedeelte der neemsom. aanneemsom voor zoover deze den aannemer of zijn rechthebbenden nog niet was uitbetaald.

Welk gedeelte aldus den bouwborgen toekomt wordt vastgesteld bij den verdeelstaat, op te maken tusschen aannemer en borgen en te beschouwen als een overeenkomst tusschen hen. Invloed van Bij meeningsverschil omtrent de vaststelling van dezen directie bij verdeelstaat zal de directie invloed kunnen uitoefenen en het opmaken wordt haar door § 476 der A. V. practisch het recht tot zelfvan den standige beslissing toegekend, waaraan aannemer en borgen verdeelstaat, xich moeten onderwerpen.

Vaak wordt in de praktijk het opmaken van den verdeelstaat verzuimd en ontstaan daardoor later moeilijkheden bij de vraag, aan wie en tot welke bedragen het restant der aanneemsom moet worden uitgekeerd.

In het belang van alle partijen, niet in het minst van den aanbesteder zelf, zorge de directie ervoor dat, zoodra tot oproeping der borgen moet worden overgegaan en deze zich tot overneming van het werk bereid verklaren, met hen en den aannemer of, wanneer deze is gefailleerd, den curator, de stand der gemaakte en nog te maken werken nauwkeurig wordt opgenomen en in evenredigheid daarvan de verdeeling der aanneemsom wordt vastgesteld.

Hij zie tevens toe dat geen uitbetalingen geschieden alvorens alle belanghebbenden, dus ook eventueele cessie- of pandhouders der termijnen, zich met de aldus vastgestelde verdeeling schriftelijk hebben accoord verklaard.

") Bouwborgtocht — tevens onderzoek naar het wezen van den borgtocht in het algemeen. Amsterdam 1919.

Sluiten