Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

97

Na het verstrijken van den onderhoudstermijn kunnen geen reparaties of verrueuwingen meer worden gevorderd, tenzij deze vooraf waren opgegeven maar door den aannemer nagelaten, ofwel van zoodanigen aard zijn dat deze ze, ook zonder uitdrukkelijke aanzegging, zelf redelijkerwijze had moeten en kunnen ontdekken.

Aldus eene beslissing van den Raad van Arbitrage van 16 September 1921 — opgenomen in .Arbitrale Rechtspraak" No. 35 — en in gelijken zin een vonnis der Rechtbank Utrecht van 17 Oetober 1923, W. 11237.

HET HONORARIUM VAN DEN ARCHITECT.

De verplichtingen van den architect en zijne bevoegdheden jegens principaal en aannemer heb ik getracht in het vorenstaande zoo beknopt mogelijk te beschrijven en met beslissingen van rechtspraak en arbitrage-colleges te verduidelijken.

De aanbesteder heeft daartegenover slechts ééne tegenprestatie te vervullen: het betalen van het den architect toekomend honorarium.

Over dit onderwerp kan ik — hoewel ik de beteekenis daarvan waarlijk niet onderschat —- zeer kort zijn.

Natuurlijk moet bij de beoordeeling van wat den architect voor zijne verrichtingen toekomt Weer onderscheid worden gemaakt tusschen zijne prestaties, welke reeds hiervóren nader werden aangeduid als voorloopig ontwerp, uitvoeringsontwerp en bouwleiding.

Welke geldelijke vergoeding den architect voor de daartoe Salarisbepabehoorende werkzaamheden, met inachtneming van den ling der bijzonderen aard en omvang van het bouwwerk, toekomt Algemeene wordt zeer uitvoerig geregeld in de reeds meermalen aange- Regelen, haalde Algemeene Regelen, welke na hunne invoering dd. 30 September 1922 de tot dan bestaande „honorarium-tabellen" der architecten-organisaties hebben vervangen.

Het salaris voor elk der verschillende werkzaamheden wordt daarbij uitgedrukt in een percentage van het totaal der bouwkosten, terwijl tevens wordt bepaald welke ver-

Sluiten