Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99

Het hier besproken vonnis der Rechtbank Amsterdam is van 27 Juni 1924 en, voor zoover ik heb kunnen nagaan, tot dusver niet gepubliceerd.

De architect is daarna van dit vonnis in hooger beroep gegaan bij het Hof te Amsterdam.

Bij arrest van 19 Januari 1927 heeft het Hof het vonnis der Rechtbank vernietigd en alsnog principieel beslist, dat de honorariumtabel als een algemeen gebruikelijke salarisregeling geldt en derhalve ook toepassing moet vinden in gevallen, waarin dit niet uitdrukkelijk tusschen partijen was overeengekomen. De architect werd derhalve zijne salarisvordering alsnog ten volle toegewezen.

Deze zeer recente beslissing brengt eene ingrijpende wijziging in de tot dusver geldende opvattingen en is dus met name voor de architecten van zeer veel belang.1)

Voorts worde hier nog genoemd een vonnis der R'bank Alkmaar van 22 November 1923, N.J. 1924, blz. 353. Het betrof daar een geval waarbij, in afwijking van de Algemeene Regelen, tusschen aanbesteder en architect was overeengekomen dat het salaris zou bedragen een bepaald percentage der bouwkosten. Voor de uitvoering van het onderhavige grondwerk had echter de aanbesteder — een Polderbestuur — ter verlaging der bouwkosten zelf de te verwerken klei gratis beschikbaar gesteld.

De rechtbank besliste nu dat, ondanks dezen bezuinigingsmaatregel, de architect het recht had zijn salaris ook te berekenen over het bedrag, dat anders voor aankoop der benoodigde hoeveelheid klei was noodig geweest.

Een billijke en zeker toe te juichen beslissing.

Ik ben hiermede gekomen aan het einde van mijne beschouwingen over het Recht en de Architect, al geef ik mij er volkomen rekenschap van, dat deze allerminst aanspraak kunnen maken op volledigheid.

') Bedoeld arrest Hof Amsterdam 19 Januari 1927 is eerst na het ter persé gaan van dit werkje uitgesproken en nog niet gepubliceerd.

Sluiten