is toegevoegd aan uw favorieten.

Een spel van verbeelding

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN SPEL VAN VERBEELDING.

I.

't Liep tegen vieren. Leo de Wilde had een visite gemaakt in de Anna van Saksenstraat, en ging naar de stad, om zijn gewonen toer te doen. Toevallig trof hij een even langzaam rijdenden auto-omnibus; hij greep het ijzer, en sprong achterop. Wat zat het ding vol; vijf menschen op het achterplankje, waar ruimte is voor drie; een jongetje maakte zich nog kleiner, om hem, den officier, niet te hinderen.

Leo stak een sigarette op. 'n Eeuwig vervelend voertuig toch. Gemakkelijk voor de buitenwijken, nou ja, maar aan hotsen geen gebrek, en dat moeilijk omzwaaien van de hoeken ...

Hij salueerde voor Mevrouw van Almen en Lili, die langs het Bezuidenhout liepen, 'n Niet onaardig kevertje, alleen verbazend malgracieus. Neen, dan was Loukie appetijtelijker. Kleine schat! Ze was, hè, tot over de ooren ... Waarachtig niet min, zoo'n liefde in te boezemen ...

Thans reed de bus het Plein op, waar een saamgeschoolde menigte het voorbij-rijden van de Koningin-Moeder stond te beschouwen. In de Pooten