Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

HET BOEK MET ZEVEN ZEGELEN.

niets meer te hopen zelfs. Zij kon nog maar alleen den winter verbeiden, het algeheele afsterven van ieder gevoel, het zwijgend óndergaan in de rust van den goeden dood.

Niets meer te hopen... niets meer te verwachten ... en toch leefde zij nog, zij leefde nog steeds, en zou big ven leven; zg' had bewezen, dat men kan bestaan... zonder éénige kans op geluk...

Zij had haar strijd gestreden, — en overwonnen. Wild en vertwijfeld had zij gevochten, en meermalen leek het, of zg het opgeven moest... maar het leven, haar jonge, krachtige, onverwoestbare leven had de zege behaald.

En nu leefde zg voort: Het kon: leven zonder belangen, zonder vooruitzichten, zonder doel. Wel vreemd, nietwaar? Maar immers: sinds zg alles had opgegeven, sinds haar alles ontviel, was zij zonder toekomstvrees, zonder angst voor verlies van een dierbaar bezit; en dit was misschien de oplossing van het eigenaardige raadsel, dat zij voortleven kon: geen hoop meer, maar ook geen vrees.

Zij aanvaardde het leven, eenvoudig, zonder vraag, zonder klacht. Zij nam aan, wat het haar nu nog gaf: de schoonheid der kunst, het aangename van vriendschap, de voldoening van hier en daar wèl te kunnen doen.

Na de marteling der ondragelijke jaren, toen zij nog „jong" was, en worstelde, in radelooze wanhoop, om ondergang öf geluk, was eindelijk de resignatie gekomen. En haar evenwichtigheid,

Sluiten