Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vele goede dat hem bleef: de onvergankelijke heugenis aan zijn lieve Henriëtte, de zoon, dien zij hem na vele jaren van vergeefsche hoop, op haar sterfbed schonk, hem zwaar gevallen was. En eigenlijk eerst in de laatste jaren, sinds hij, emeritus, toeschouwer werd, zag hij zichzelf in die lange levenstaak, waarin hij allen twijfel had weten af te weren en het naaste leed geen uur had gegund, met andere oogen. Het kwam hem somtijds voor, of hij ook dit vorige leven — in de branding, gelijk hij het gaarne noemde — niet beleefd had, maar beleden, of hij het als een legkaart voor zich in- en uit elkaar had geschoven en aangepast aan zijn herderlijke behoeften. Van Zondag tot Zondag gespitst op de verschijnselen, welke hij dan, om het even of zij van voorspoed of tegenslag in zijn gemeente getuigden, ten beste herleidde en trachtte te verklaren in het ondoorgrondelijk, doch goddelijk verband, waarin geluk en leed elkander afwisselden als de getijden. Het had hem zijn goeden roep bezorgd, dat hij — een der meest verlichte predikanten van zijn kleur — veelal zijn preek ontleende aan een voorval uit zijn naaste omgeving, doch dit omkleed met zooveel kieschheid van woorden en verheven beelden, dat de betroffene, mocht hij zich al herkennen, zich eer onderscheiden gevoelde dan in verlegenheid gebracht. Dominee was mild in zijn oordeel, zocht en vond het dichterlijk gelijkwaardige in de boeken, die hij des avonds voor zijn ontspanning las — Selma Lagerlöf was zijn vertrouwde — en immer wist hij het zóó te keeren,

6

Sluiten