Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch op 't zelfde oogenblik kwam 't lawaai al aanjoelen uit de schoolgang, voetgeslif, zoemende kinderstemmen, ingehouden nog onder de oogen van de onderwijzers, maar buiten dadelijk uitbarstend in krijschend geschreeuw en schallende uitbundigheid.

„Jammer...." mompelde Wensma, en dan, half nijdig om de stoornis in z'n plezierige gedachtengang, keek hij demonstratief op z'n horloge en dan naar 't schoolhoofd, dat in de deuropening stond..

„Twaalf uur precies.... wat drommel, nu moest de les pas eindigen...."

't Schoolhoofd lichtte z'n zwartgazen hoed op; Wensma groette kort terug.

„Hij zou d'r toch 's over spreken met 'n lid van de schoolcommissie.... Ho, jongen!.... kijk waar je loopt!"

Die laatste uitval gold 'n leerling, die vreugdedronken tegen hem opbonsde en hem op z'n teenen trapte.

Maar de kinderstroom, waar hij in was geraakt, vervloeide snel; nog even trok hij pijnlijk z'n oogen samen voor 't snerpend gefluit op 'n omgekeerde sleutel van een voorbijrennenden jongen met afzakkende kousen, die een locomotief voorstelde, dan kwam de rust weer vredig doordringen in de stille straat.

De villa, waar Wensma woonde, lag even buiten Bergveld en dit was dan ook de reden, dat hij in 't plaatsje zelf een localiteit had moeten huren voor 't ontvangkantoor; erg comfortabel was 't niet, maar die dagelijksche gedwongen wandelingetjes deden hem toch heel goed, hielden de veerkracht er in, waren ook een prikkel om keurig te blijven op z'n toilet. Altijd in huis, van de ontbijtkamer direct in je kantoor, dat werkte de gemakzucht te veel in de hand, deed je neigen op pantoffels

Sluiten