is toegevoegd aan je favorieten.

In de rue Blanche

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

„O, lees ik morgen wel," hij weerde wrevelig af met de hand.

„Als jij soms komen wilt, Achille?" noodde zijn vrouw. Haar oogen dreigden hem tegen: doe 't niet."

„Neen," hij staarde, den mond in bedenken bijeen getrokken, „ik heb een afspraak met een vriend van me... en ik wil 't ook madame Rigord, onze e... waarde vriendin, niet lastig maken. Ze heeft, zooals je zegt, al zooveel invité's... En dan nog wij er bij..."

„Nu dan tot vanavond, madame, om een uur of half negen... misschien kwart over achten..." beloofde oma Octavie haar tegenwoordigheid.

„Welja, u komt maar."

De drie ouders Lafont drukten alle bezoekers, plichtmatig, en ook Pierre, alsof zij hem in geen drie maanden zien zouden, de hand. En zij trokken eindelijk af. France haalde verlicht adem. Goddank tot kwart over acht minstens hadden meester en zij vrij.

„Want 't moest nu ook weer niet lijken of we de vriendschap willen voortzetten. Drie van ons tegelijk is een soort van toenadering... zoowat toestemming..." verklaarde Mireille op straat.

„Oma alleen is genoeg. En dan is 't verder op onze hoede zijn. Want die invitatie aan Pierre vind ik weer zoo ongehoord brutaal van 't mensch. Zoo uitdagend voor ons. Je zoud 'r 'n oorvijg geven. Enfin, ze krijgt toch niet gedaan wat ze beoogt. Let u flink op, oma. Ik heb er werkelijk nog een cadeau aan u voor over. Een mooi stuk zeep of zoo."

„Ik heb je stuk zeep niet noodig, madame Achille," sprak madame Raymond geërgerd en beleedigd. „Ik wasch me wel met Spaansche zeep, of met groene, als gewoonlijk. Ik weet wel dat mijn zuur-bespaard geld, zoover Achille 't nog niet met zijn dwaasheden heeft opgegeten, niet naar die Rigords gaat. Wat hebben die jongens voor positie en vooruitzichten? Hongerlijdersfamilie. Als er een geen werk heeft, komt hij later bij Pierre; en als ze allemaal geen werk hebben, de moeder incluis, kan hij ze allemaal onderhouden. Ik heb jullie 't al duizendmaal gezegd."

„Ja..." Achille haalde de schouders op. ,,'t Zijn... hongerlijders. En dat ze nog diners geven... laten ze liever sparen."

Het was een heel vroolijk diner. Roger, naast zijn schoonzuster gezeten, fluisterde deze allerlei spottends over Pierre en diens bangheid voor zijn familie in, en Julienne trapte hem telkens op den voet, om hem het zwijgen op te leggen. Pierre lachte, schaterde zelfs, maar zijn vroolijkheid klonk niet echt. Het avondbezoek