is toegevoegd aan je favorieten.

Onze Roomsche reis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

DE VOORGESCHIEDENIS

«Ook tot de Ouders der Maastrichtsche Congreganisten van Tongerschestraat en Aylvalaan zal die oproep weerklinken, geheel in dezelfde overtuiging en in denzelfden hoogen geest, waarin de H. Vader en de Hoogeerw. P. Generaal der Sociëteit hem hebben gedaan.»

't Was ondertusschen zoo stil geworden als in een sterfkamer.. Je zag niets als van-verwondering-groote oogen elkander over en weer aankijken. Met koeien-letters stond er voor den spreker in te lezen : «Kom nou!»... «Ongelooflijk!»... «Zou ie dat nou heusch meenen?»... «Mankeert er wat aan?»...

«En, beste jongens, het is mij jals Congegatie-Directeur een groote vreugde nu reeds de vaste zekerheid te hebben, dat onze Congregatie bij dat St. Aloysius-huldebetoon te Rome niet onvertegenwoordigd zal zijn!»...

Algemeene opschudding... Vragende blikken van dezen naar genen... Stijging der spanning...

«Neen, óók de Jongeheeren-Congregatie van Maastricht zal in die dagen te Rome bij den Paus, in St. Pieter, bij St. Aloysius' graf vertegenwoordigd zijn... op waardige wijze,... en wel door één der leden van den Raad : Victor Haenecour, die van zijn Ouders verlof heeft gekregen de Bedevaartreis naar Rome mee te maken!»...

In 'n daverend applaus met 'n donder van juichende hoera's vond aller zielespanning eindelijk een uitweg...

«Doch niet alleen door 'n RaadsUd, hoe «gewichtig» dit dan ook moge zijn, zullen wij te Rome vertegenwoordigd zijn! Neen, neen, ik ben er vast van overtuigd, dat óók onze (Prefect, Miel Marres, er niet zal ontbreken!»...

Aller oogen zijn op Kwatta gericht!... terwijl onze arme Prefect zat te kijken met 'n gezicht zóó vol schrik en zóó dood-ongelukkig, ja, alsof hij gehoond en in 't publiek vernederd werd. «Hoe kunt u nu zóó iets zeggen, Pater!» klaagden die open neer-gaande oogen — «U weet toch wel, dat ik daar nóóit permissie voor krijg.» 't Was doodstil geworden...