Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

zorgde die brave moeder er altijd voor, dat haar kinderen nooit omgingen met iemand, die hen tot zonde zou kunnen brengen.

's Avonds moesten ze weer allen bij haar komen en dan leerde zij hun den catechismus. Later baden ze met moeder iederen avond het rozenhoedje. Die vrome moeder leerde zóó aan haar kinderen de deugden, die een goed kind moet bezitten en trachtte ze meer en meer van liefde tot Jezus en Maria te doordringen. Haar eenig verlangen was, dat haar kinderen braaf en deugdzaam zouden opgroeien. En God verhoorde 't gebed, waarin ze dezen wensch zoo vaak uitsprak. Eén van de broers van Alfonsus werd Benedictijnerpater, een ander wereldgeestelijke. Twee van z'n zusjes werden kloosterling. De derde broer Don Hercules en een van z'n zusjes huwden later en volgden de deugden van hun heilige moeder na.

Alfonsus deed wel het meeste voordeel met de vermaningen van z'n moeder en bleef heel z'n leven dankbaar voor alles wat zijn moeder voor hem gedaan had.

Later schreef hij: „Was er in mijn jeugd iets goeds in mij, dan ben ik dat aan mijn lieve moeder verschuldigd. Mijn vader was bijna altijd op zee en kon zich daarom niet zooveel met onze opvoeding bezig houden, als hij wel gewild had; heel die zorg rustte dus op mijn moeder." En vol dankbaarheid voegde hij er bij: „Toen mijn vader stierf, heb ik het offer gebracht niet naar Napels te gaan; maar als ik weet, dat mijn moeder op sterven ligt en ik ben niet verhinderd, dan zal ik den moed niet hebben om van haar sterfbed weg te blijven."

Sluiten