Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

TOM EN IK

zat en de zon me bescheen, noemde tante het een aureool. Die lieve tante!

Nu slaapt ze en ik ben, als iederen avond, den tuin ingegaan, niet om mij, zooals zij denkt, met boek of handwerk in den koepel neer te zetten — boek en handwerk liggen er wel klaar en als zij komt zal ik er wel heel stemmig zitten, — maar om op Tom te wachten.

Wat duwrt het lang, eer hij komt!

Het is doodstil. De halmen schuren zacht ruischend tegen elkaar. In het donker, hoog geboomte achter mij kirt een duif haar zwaarmoedig roekoe. Over den straatweg keert een maaier huiswaarts en zingt op den weemoedigen toon, bij de armen zoo geliefd. Ik zie zijn zeis in de avondzon flikkeren. Uit den toren

der KatnoneKe ksik Kunst nei zauute «.icppcu uci vesper met lieflijke, heilige treurigheid. En dat alles is muziek, die de wonderzoete aandoeningen in mijn hart begeleidt. Of neen, mijn geluk maakt dat alles tot muziek, denk ik, want ik heb wel eens gehoord, dat de heflijke vrede van een zomeravond aan ongelukkigen een wreede spotternij schijnts

Ik houd de hand boven de oogen en tuur naar Brinio's-Erf, of eigenlijk naar het bosch, dat er achter ligt, want van het huis is hier niet veel meer te zien dan de torens. Waarom komt hij niet?

Ik kijk op mijn horloge. Het zegt me, dat ik nauwelijks tien minuten hier ben. Ik geloof het niet en houd het aan mijn oor en nu moet ik het toch gelooven, want het tikt ijverig.

Ik ben doodelijk verliefd, zóó verliefd als alleen een zeventienjarig meisje zijn kan, dat regelrecht van kostschool komt en voor het eerst na haar «kloosterleven » weer een heer ontmoet. Of «voor het eerst » moet ik eigenlijk niet zeggen, want in de Paaschvacautie heb ik hem ook al gezien!

O, wat hadden we een pret dien laatsten dag van mijn Paaschvacantie! Van den toren woei de driekleur, en wie er op Waaldorp een vlag rijk was bad die uit-

Sluiten