Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

water in de bouilloire zong zacht; Nora stond op, deed in een dun straaltje thee op de suikerlaagjes in de kopjes spetteren, drupte melk in de bruine vijvertjes.

„Arm menschje," peinsde zij, „alleen op de wereld en in zorgvolle omstandigheden! Hoe grappig, maar ook hoe tragisch is haar ronduit bekennen, dat ze graag getrouwd zou willen zijn, als er maar iemand geweest was, die haar had willen hebben! Zou het waar zijn, dat de menschen genoeg krijgen van de idyllen uit ouderwetsche romans ? Zou werkelijk alleen maar pakken, wat uit het leven gegrepen is ? Dat geeft genoeg stof aan hen, die er middenin staan, maar wat helpt dat de arme Jeanne Reynders, die opgesloten leeft in haar kamer en niets ziet of hoort van het volle, rijke leven daarbuiten! Ik vrees, dat zij niet te helpen is; haar schuwe teruggetrokkenheid maakt het bijna onmogelijk!"

In een plotselingen impuls noodde zij:

„Ga vanavond met mij mee naar mijn zuster; een avond onder vreemden brengt u eens op geheel andere gedachten!"

„Maar ik ken uw zuster niet."

„Dat hindert niet."

„Kan ik dan wel zoo maar meegaan?" „Wie ik meebreng, is welkom." „Komen er meer menschen?"

6

Sluiten