Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo was het onder de menschen als onder de dieren vond Bles.

Geduldig, zonder verzet en zonder moeite, trok hij de kaï een eind verder of bleef onbewegelijk staan, naar den wi] van zijn meester. Om zijn hoofd zoemde een dikke goudbruine hommel en waagde zich met zijn lied tot dicht bij dc plek, waar het hoofdstel de ooren van Bles vrijliet. Bles draaide de opening der oorbladen weg van den zóemenden gast en deze zweefde omhoog naar de warme blauwe lucht, waai het zonlicht zilveren tintelingen in schiep.

't Volgend oogenblik rimpelde' zich de rughuid van Biet als de oppervlakte van levend water; dit ter afwering van de vliegen, die door de wuivende staat-zwaaiïngen niet bereikt konden worden en wier angel dreigde de huid te doorboren. „Die vervloekte paardenvliegen!" schold Teunis en streek ze weg met de steel van zijn zweep.

Om de mestkar kwamen sjilpend en piepend vogels zweven; zwaluwen en spreeuwen, wier vederen een weerschijn uitstralen van den zonneglans, aasden op emelten en larven, door de hoeven van Bles en de karraderen uit de donkere, veilige aarde omhooggewoeld; gretig droegen de vogels een deel van hun buit weg voor de jongen of het broedende wijfje; musschen pikten gulzig hun deel op van de haverkorrels, waar Bles het zijne reeds van had genoten: enkele gingen dan, dik gegeten en bol in hun veeren, zich zonnen in een plekje warm zand; andere tilden een strooitje in hun snavel en vlogen gepaard naar een verren boom, waar 't nest in wording was; deze waren opgenomen in het feest der liefde, dat de aarde doortrilde en waarbij alle aardsche leven bestaat.

Van afstand tot afstand verhieven zich leeuwrikken en doorvlogen de lucht als levend geworden liederen, priemend omhoog naar de oneindigheid en terugvallend naar de aarde; soms, waar de vogel onzichtbaar was geworden voor menschelijke oogen, scheen het den menschen, dat de lucht zelf zong; Voor Bles was het gezang van den leeu wrik niet anders dan een enkele toon in het lied van het leven, zooals zijn eigen rythmische gang er een toon in was.

10

Sluiten