Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

„Ik ken u niet, o God! ik riep u aan, ik zocht, Ik smeekte om antwoord en... gij zweegt —" En dan 'tdroeve eind:

„De Vader zwijgt... o God... er is geen God!'

Tegenwoordig is Multatuli verouderd. Zélfs Multatuli! Nu heeft men Nietzsche in zijn nis gezet. De wijsgeer, die, zooals hijzelf boven zijn „Götterdammerung" schrijft, „met den moker filosofeert". Nietzsche, de filosoof van den Übermensch, de tragische figuur die in den nacht van den waanzin verdwijnt. Zijn leer, nog brutaler dan van Multatuli, maar oneindig dieper, trekt onze vrijdenkers aan: „Wees natuurlijk. Leef uw instinkten uit. Heb maling.aan „goed" en „kwaad". Wees uzelf ten doel. Zoo wordt gij oppermensch. Maar oppermensch willen zijn, dat is zichzelf hooge eischen stellen, sterk zijn, hard als diamant. Oppermensch, koningsmensch, meester in eigen woestijn. Onnatuurlijk zijn godsdienst en zedeleer. De sterkste vijanden! De godsdienst met zijn valsche, onmenschwaardige dogma's van „zondeval" en „verlossing", zijn waardeloozen wissel op de eeuwigheid. De godsdienst, de vernieler van de menschwaarde, de slavenbaarstoel. En dan, wat vernield is en bezoedeld door de „zonde", weer goedmaken door de moraal, „de zedeleer". De mensch, onnatuurlijk gemaakt door den godsdienst, weer bovennatuurlijk maken door de zedeleer... En de mensch, die door natuurlijke ontwikkeling moest opgaan tot Übermensch, werd kuddemensch, vee aan het nektouw van vetweiders."

Opmerkelijk toch, dat ook deze loochenaars van den levenden God het besef, dat er een hoogere macht is, niet van zich af kunnen zetten. Ze mogen het Natuur of Noodlot of Toeval noemen; ze mogen het versieren met den naam van Multatuli of van Nietzsche, altijd spreekt zich in die onderscheidene formuleering uit, dat zij zichzelf niet zijn, maar zich onder een overheerschende macht bukken. Met wortel en tak uitroeien wat God

Sluiten