Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

§ 6. Tusschen twee punten A en B kan men zooveel lijnen trekken, als men wil, maar slechts één rechte lijn. Die rechte lijn is tevens de kortste lijn tusschen twee punten. Men noemt haar ook wel den afstand tusschen de punten. Ieder ziet, dat de eerste lijn van fig. 1 recht is. De tweede lijn van fig. 1 is zelf niet recht, maar zij bestaat uit deelen, die wel recht zijn. Zoo'n lijh heet een gebroken lijn. De derde lijn heeft geen enkel deel, dat recht is. Deze lijn heet een kromme lijn.

Om een rechte lijn te teekenen, gebruikt men een liniaal.

Met een liniaal kan men ook een gebroken lijn teekenen.

Met een passer kan men een bijzonder soort van kromme lijn teekenen, die cirkel genoemd wordt.

Moet men in de Meetkunde iets teekenen, dan mag geen ander hulpmiddel gebruikt worden dan passer en liniaal.

§ 7. Evenals er drie soorten van lijnen zijn, zijn er ook drie soorten van vlakken:

een plat vlak een gebroken vlak een gebogen vlak.

Om te onderzoeken, Of een vlak plat is, neemt men den scherpen kant van een liniaal (deze scherpe kant is een rechte lijn) en legt dien kant in verschillende richtingen op het vlak. .

Past deze rechte lijn nu in alle richtingen volkomen op het vlak, (men moet er niet onderdoor kunnen zien) dan is het vlak plat. Past de rechte lijn niet in alle richtingen op het vlak, dan is het vlak . gebogen, (vlak B fig. 2).

Soms kan de rechte lijn bij een gebogen vlak wel in één richting passen(leg maar eens een liniaal langs een lampeglas).

Is het vlak zelf niet plat, maar bestaat het uit deelen, die wel plat zijn, dan heet het vlak een gebroken vlak.

§ 8. In fig. 3 ligt de lijn GE in een ander plat vlak

pjs q dan lijn AB. Lijn AB en AD

daarentegen liggen in hetzelfde platte vlak. Lijnen kunnen dus in hetzelfde platte vlak liggen öf ze kunnen in verschillende platte vlakken liggen. Daarom verdeelt men de Meetkunde in twee deelen.

Sluiten