Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merken als een schurk, zou in hoogen mate onbillijk zijn en is ook biet Schiller's bedoeling. Goethe had volkomen gelijk, hen, die Octavio een „Schoft" achten, zelf „Schafte" te noemen. Edelman uit een oud geslacht, door opvoeding en traditie de loyaliteit tegenover den vorst de hoogste plicht achtend, gevoelt hij zich den verdediger van het recht en moet hij Wallenstein's verraai verfoeien als een schandelijke misdaad.

Max, Max! Als het verschrikk'lijke mij treft, Als jij, mijn zoon, mijn eigen bloed — ik mag 'tNiet denken! je aan dien eerloozen verkoopt, Dit brandmerk drukt op de adel van ons huis!

Zoo roept hij, 'zijn zelfbeheersching verliezend, uit en op dit oogenblik trilt in ons het medegevoel met den vader, die beseft, dat hij zijn zoon verliezen gaat. Tevens; echter is hij de geslepen diplomaat^ die — behalve tegenover zijn zoon — niet het hart, doch slechts het berekenende verstand laat spreken, die Wallenstein's vertrouwen — onware vriendschap heeft hij nooit voor hem! gehuicheld, maar wel heeft hij Ftiedland's vriendschap in vollen overvloed genoten — misbruikt om hem in 't net te lokken, dat hij bezig is voor hem te spannen, Geen middel laat hij ongebruikt om zijn doel — een goed doel overigens! —■ te bereiken en die middelen zijn de sluipmiddelen der diplomatie. Hij mag zijn waar gelaat niet toonen, zegt bij terecht; dit zou verraad zijn aan den Keizer, want het kon den rebel slechts waarschuwen en de goede zaak schaden, maar toch — ons gevoel verzet zich tegen wat onze rede ook moge zeggen. Wanneer hij na den moord uitroept:

sÊf* God van gerechtigheid! Ik hef mijn^ hand op, Ik bén aan deze monsteracht'ge daad ■ Niet schuldig! .

moge dit waar zijn naar de letter, inderdaad is hij de echte schuldige en Butler's antwoord:

Neen uw hand is rein,

Gij hebt de mijne er voor gebruikt

spreekt de Volte waarheid uit. Onze sympathie verdient Octavio. dus in geen enkel' opzicht, ofschoon we wel getroffen worden

vm

Sluiten