Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

BETOOVERINQ DOOR MIDDEL VAN BILDZAUBER.

men een ander persoon onder zijn betoovering wilde brengen, waren drie factoren noodig: 1) het machts-» woord, waarmee de priester of toovenaar goddelijke of bovennatuurlijke hulp inriep om het doel zijner onderneming te beïnvloeden; 2) de kennis van den naam of juiste beschrijving van den persoon of demon, waartegen men zijn tooverformule uitsprak, met gebruikmaking van nagels, haar, een lap zijner kleeding, indien het een persoon betrof; 3) een of ander kruid, talisman, of een figuur van was, waarmede men den persoon, dien men wilde helpen of benadeelen, symboliseerde. Deze poppetjes van was, ook wel van leem, aardhars, talk, honig, hout of koper gemaakt, gebruikte men voor tweeërlei doel. Ten eerste om een zieke te bevrijden van een demon, door wien hij bezeten was. Men trachtte dan door bezweringen den demon te bewegen het lichaam van den zieke te verlaten en over te gaan in het poppetje, dat den zieke voorstelde, of wel deze laatste plaatste het poppetje b.v. op zijn lichaam of boven zijn hoofd in de hoop dat de demon bij vergissing, nml. door de gelijkenis van mensch en pop, in de pop zou varen. Eveneens gebruikte men deze beeldjes om iemand te laten omkomen, en zij werden dan verbrand, verdronken, begraven of ommuurd. Dit procédé, dat later in de Middeleeuwen veel werd toegepast, vooral bekend onder de Duitsche benaming Bildzauber, is gebaseerd op de magie door sympathie, d.w.z. op het denkbeeld van identiteit of verwantschap van de stof, waartegen men zijn handeling richt, met het lichaam van het slachtoffer of den geïnteresseerde, waarbij soms nog komt gelijkvormigheid der handeling, dus twee vormen van gedachtenassociatie. Men ziet hieruit, dat reeds de Assyriërs en ook andere oude volken gebruik maakten van de gedachtekracht, hoewel zij, hiervan geheel on-

Sluiten