is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek van het Nederlandsche strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 282 —

een soortgelijke monistische tendenz is op te merken als in de algemeene wijsbegeerte des rechts het geval is. Ook hier — Beling, van Calker, Mayer e.a. hebben er op gewezen — ziet men meermalen het streven, de hoofdproblemen .der wijsbegeerte van het strafrecht met één formule (b.v. vergelding, beveiliging enz.) op_ te lossen. Maar ook hier is de twijfel gewettigd of zulks mogelijk is; daarom is het ook hier noodzakelijk, de hoofdproblemen der wijsbegeerte van straf en strafrecht fundamenteel te onderscheiden en te scheiden.

4. Welke zijn dan de hoofdproblemen, die hier worden bedoeld *-)? Ze zijn soortgelijk aan die der algemeene rechtsphilosophie. Men geve er zich evenwel rekenschap van, dat we het oog hebben gericht op de philosophie van het gangbare of positieve recht (en zijn wetenschap). Het is van belang en verre van overbodig, hieraan aanstonds en met nadruk te herinneren. Er is wellicht geen wetenschap, waarin zoozeer het dilettantisme zich een recht van meespreken (om het nu maar zacht uit te drukken) heeft aangematigd, als juist in de wijsbegeerte van het strafrecht. Hoe dikwijls zijn niet op het hier bedoeld gebied beschouwingen geleverd, afkomstig van een zijde, die toch eigenlijk te weinig doordrongen was van het wezen en de maatschappelijke bestemming van het positieve recht en zijn „organen", om die beschouwingen voor onze wetenschap vruchtbaar te doen zijn. Maar al te vaak, bepaaldelijk van theologische zijde, heeft men uit het oog verloren, dat de philosophie van het strafrecht niet tot voorwerp heeft een ideaal recht, een geheel van ideale rechtsvoorschriften, een ideëele rechtsorde — daar die niet bestaat en niet bestaan kan, zoolang de menschheid blijft, zooals zeis — maar dat we hier te doen hebben met het positieve, onvolkomen en gebrekkig recht, en met een staat, welks Overheid, zij moge nog zoo zeer van goeden wille zijn, met nog zulke hooge idealen bezield zijn, als zoodanig, als Overheid, afhankelijk is van de huidige sociale en rechtelijke organisatie van het leven.

Houden we dit alles wel in het oog, dan is het niet moeilijk, de hoofdvragen, die de wijsbegeerte zich gesteld ziet, juist te formuleeren en bevredigend te beantwoorden.

Strafrecht is natuurlijk recht, maar doordat het ook strafrecht is, d. w. z. het recht regelende de straf, krijgen op dit gebied de hoofdvragen een meer speciaal en dus ook, zooals gemakkelijk is in te zien, een meer gecompliceerd karakter.

i) Mayer, t.a.p., blz. 417v.