is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek van het Nederlandsche strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 339 —

om deze onze taak bekreunen, wij daartoe ook minder in staat worden; de vrijheid verzwakt, de weerstandskracht neemt afi).

Dat verder deze vrijheid met de noodwendigheid (immers het ik als drager der vrijheid is tevens bij voortduring Gods-werking) zeer wel vereenigbaar is, lijkt ons niet twijfelachtig, is ook door Joel2), op zijne wijze, uiteengezet.

Zoo bezien is de vrijheid voor ons een feit, waarvan o.a. het vrijheidsbewustzijn een juist getuigenis aflegt; een feit, dat van de psychische weerstandskracht en de zedelijke e. a. verschijnselen een bevredigende verklaring geeft en dat niet in strijd is met het oorzakelijkheidsbeginsel, hetzij in kennistheoretischen, hetzij in metaphysischen, hetzij in religieuzen zin.

§ 54.

Beveiligingsmaatregelen.

Lit.: Beling, Vergeltungsidee, blz. 75 v. en Methodik der Oesetzgebung, blz. 50 v, 125 v, Sauer, t.a.p, blz. 174 v; Kohier, Der Vergeltungsgedanke, passim; Na gier, Verbrechensprophylaxe und Strafrecht, 1911; Pompe, Beveiligingsmaatregelen naast straffen, diss. Utrecht, 1921, von Liszt, Oesammelte Aufsatze und Vortrage, passim.

1. We hebben in het voorafgaande gehandeld over de straf in den strengen zin des woords, n.1. als vergelding. De bepalingen,'die den inhoud en de voorwaarden dezer straf regelen, noemen we ook wel het vergeldingsrecht. We hebben tegenover den vergeldingsmaatregel gesteld de „straf.' van het symptomatisme (de z.gn Schutzstrafe, Sicherungsmittel, Sicherende Massnahme). Daarna hebben we er op gewezen, dat ons „strafrecht" in beginsel alleen vergeldingsrecht is. Is het echter niet mogelijk, dat men zich een „strafrecht" denkt, en ook invoert, dat voor de vergeldingsgedachte geen ruimte iaat, althans niet op de vergelding gebouwd is, maar waarin van de vergeldende repressie geheel is afgezien en dus een rechtsordening is opgesteld, waarvan de beveiligingsmaatregelen het middelpunt vormen? Wij kunnen daarop dadelijk antwoorden, dat zulk een ordening volstrekt niet ondenkbaar, en ook practisch niet onmogelijk

O Zie ook mijn Beschouwingen, blz. 91, 92 3) T.a.p., blz. 603—slot.

s) Nader te noemen uitzonderingen daargelaten.