is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek van het Nederlandsche strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 388 —

dan is, zagen we, de duur minstens een week en hoogstens een maand.

De plaatsing in een tuchtschool is toegelaten bij feiten, die onder een misdrijf vallen en wel alternatief met berisping en geldboete of alleen met geldboete, naar gelang de minderjarige nog niet of reeds 14 jaren is. Bij overtredingen alleen, als deze gepleegd zijn onder de verzwarende omstandigheid van recidieve; dan heeft de rechter de keus tusschen deze plaatsing en geldboete.

De plaatsing in een tuchtschool kan bovendien met proeftijd, dus voorwaardelijk worden opgelegd.

Door de wijzigingswet van 24 November 1922, Stbl. 612, tot invoering van het voorwaardelijk stellen ter beschikking van de Regeering en van de voorwaardelijke plaatsing in een tuchtschool, benevens eenige wijzigingen in de Wet van 21 Februari 1901, Stbl. 64 is de voorwaardelijke plaatsing in een tuchtschool, tevoren (zie ari 39, octies Sr. oud) slechts in beperkte mate toegelaten, thans onbeperkt mogelijk gemaakt, ook in die gevallen, waarin geen voorwaardelijke oplegging dier straf mogelijk is. Art. 39 octies bepaalt n.1. thans: in geval van veroordeeling tot plaatsing m een tuchtschool kan de rechter daarbij tevens het bevel geven, dat de straf niet zal worden ondergaan, tenzij hij later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich vóór het einde van een bij 'dat bevel te bepalen proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende den proeftijd een bijzondere voorwaarde, welke bij het bevel mocht zijn gesteld, niet heeft nageleefd.

De voorwaardelijke plaatsing in een tuchtschool kan worden opgelegd naast of in de plaats van de straf van berisping, ook indien deze overigens de eenige toepasselijke hoofdstraf is.

De bepalingen van het tweede lid van art. 39bis a onder 1° tot en met 4° zijn van toepassing.

Door deze wet is tevens art 39 novies Sr. komen te vervallen, daar volgens art 9bis a de art 14b en volgende van overeenkomstige toepassing zijn.

De straf wordt ondergaan door jongens te Ginneken, Haren, Nijmegen en Velsen; door meisjes te Montfoort.

B. Maatregelen tegen jeugdige personen. 1 De rechter is bij strafrechtelijke vervolging van een minderjarige die, tijdens de uitspraak van het eindvonnis in eersten aanleg den leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, in bepaalde gevallen bevoegd den schuldige ter beschikking van de Regeering